Uploaded by bob122

PNI-Registratievoorschriften AlgemeenGlasvezelISP v1.13

advertisement
-
Smallworld PNI
Documenteigenaar: Network Inventory Management (NIM)
Datum: 18-07-2019
Status: Definitief
Versie: 1.13
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Bestandsnaam:
PNI-REGISTRATIEVOORSCHRIFT_ALGEMEEN+ GLASVEZEL+ISP
Afgedrukt op :
18-7-2019
^
Versie
Datum
Auteur
Aanpassing
1.0
26-02-2016
Richard Tichem
Definitieve versie
1.1
13-03-2017
Richard Tichem
Nieuwe lay-out en enkele toevoegingen
1.2
24-04-2017
Richard Tichem
Aanpassingen n.a.v. de toevoeging van Microstation coax
liggingsgegevens in PNI
1.3
31-05-2017
Richard Tichem
Aanpassingen n.a.v. review NI&C
1.4
03-11-2017
Bauke Steegstra
Richard Tichem
Aanpassingen n.a.v. review PNI key-users
1.5
24-11-2017
Aise de Jong
Bauke Steegstra
Wijziging benaming cascadekasten
Toevoeging registratie klantaansluitingen
1.6
28-11-2017
Richard Tichem
Aanpassing benaming TE
1.7
14-12-2017
Bauke Steegstra
Uitbreiding geulregistratie (p2.5)
Aanpassing Access Point registratie (p2.4)
1.8
29-01-2018
Bauke Steegstra
Toevoeging registratie related documents
Toevoeging registratie digitaal ingemeten geulrevisie (p2.5)
Aanpassing voorschriften boringen en zinkers (p2.2.2)
1.9
2/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
09-02-2018
Bauke Steegstra
Aanpassing kabelnamen (p2.3)
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Jan Dusselaar
Toevoeging regels plaatsing straatkasten (p3.1)
Toevoeging registratie interne geulen (p2.5)
Aanpassing naamgeving PRM routes (p5.2.1)
Toevoeging bijlage 7 en 8
1.10
19-03-2018
Bauke Steegstra
Aanpassing paragraaf 3.1 i.v.m. functionele release coax
1.11
17-08-2018
Bauke Steegstra
Projectvoorschriften toegevoegd
1.12
14-09-2018
Anco van der Heide
Documentnaam gewijzigd
Document inhoudelijk in lijn gebracht
Coaxiaal deel verwijderd
Reviews verwerkt
veldwaarden
Begrippenlijst en trefwoordenlijst verrijkt
Projectkader toegevoegd
1.13
18-07-2019
Kishan Soechit
Anco van der Heide
Bauke Steegstra
Maatvoering hoofdstuk aangepast
Boring hoofdstuk aangepast
Project hoofdstuk aangepast
PRM route hoofdstuk aangepast
Sheath (LOC) date installed
ISP RME hoofdstuk aangepast
B2B klantlocatie hoofdstuk aangepast
Diverse review aanpassingen
Acceptant
Functie
Marcel van der Borg
Sr. Manager NIM
Celine van Leeuwen
Sr. Manager Fixed Access & HFC
Jan Dreteler
NIM Architect
3/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Accordering
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Reviewerslijst
Recensent
Functie / Rol
Afdeling
Andre Wind
Master Engineer
Fixed Access & HFC
Jan Dreteler
NIM Architect
Network Inventory Management
Martijn Tiesinga
Application Manager
Network Inventory Management
Jan van der Tol
Application Manager
Network Inventory Management
Bauke Steegstra
Network Controller
Network Inventory Management
Bert Molenbuur
Subject Matter Expert
Network Inventory Management
Aise de Jong
Network Controller
Network Inventory Management
Kishan Soechit
Network Controller
Network Inventory Management
Anco van der
Heide
Subject Matter Expert
Network Inventory Management
Simon Kemker
Network Expert
Build New Build & Reconstruct.
Frank de Bie
Network Expert
Build B2B
Rene Steensma
Network Planner
Build Construction Infra
Nick Beijers
Sr. Network Planner
Build Construction Transmission
Richard Schenk
Sr.Network Planner
B2B Delivery Fulfillment
Hans Veldman
Sr.Network Planner
B2B Delivery Fulfillment
4/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Accordering
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Dit document bevat de voorschriften voor de juiste, volledige en tijdige registratie van het fysieke
netwerk van VodafoneZiggo in Smallworld PNI. Het doel van dit document is om samen tot een
eenduidige manier van registreren te komen in dit Inventory Management systeem.
Deze voorschriften zijn een afgeleide en uitwerking van de richtlijnen die gelden voor de
netwerkregistratie in PNI en zijn opgesteld door de afdeling Network Inventory Management. NIM
heeft vanuit haar rol als beheerder van de netwerkregistratie de taak om voor elk IM-systeem
samen met de data-eigenaar, de muteerders van de data en de acceptant van de datamutaties
voorschriften uit te werken voor een eenduidige registratie van het netwerk.
Ondanks dat Smallworld PNI het registratiesysteem is voor het fysieke netwerk van
VodafoneZiggo, zullen er hier en daar ook enkele logische elementen in worden geregistreerd. Dit
is onvermijdelijk aangezien het soms nodig is om logische informatie op te nemen om een fysiek
element goed te kunnen registreren. Omdat de logische registratie in andere IM-systemen wordt
bijgehouden wordt er getracht om deze elementen binnen PNI tot een minimum te beperken.
Smallworld PNI bevat op het moment van schrijven de volledige fUPC glasregistratie en een
beperkt aantal elementen uit de fUPC koperregistratie. Eind 2018 is hier de registratie van het
coaxiale fUPC netwerk aan toegevoegd. De registratievoorschriften voor het coaxiaal wijknet zijn
in een separaat document beschreven. Uiteindelijk zal de volledige VodafoneZiggo fysieke
netwerkregistratie in PNI worden ondergebracht, wat betekent dat tot die tijd dit document
regelmatig zal worden bijgewerkt en aangevuld.
Ondanks alle aan dit document bestede zorg kan VodafoneZiggo geen aansprakelijkheid aanvaarden voor schade
die het gevolg is van enige onvolkomenheid of fout in deze uitgave. Derhalve kunnen er geen rechten aan
ontleend worden.
© Copyright, VodafoneZiggo B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze,
hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van VodafoneZiggo.
5/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Documentinformatie
2
Voorwoord
5
Inhoudsopgave
6
Naming Conventions & objectregistratie
10
1.
Handholes/Laslocaties (UUB)
1.1 Handholes/Laslocaties
1.2 KM-2 moffen
10
10
11
2.
Geulen, mantelbuizen, conduits en kabels
2.1 Geul (Underground Route)
2.2 Conduits
2.2.1 Mantelbuizen
2.2.2 Boringen en zinkers
2.2.3 HDPE-buizen
2.2.4 Subducts
2.3 Kabels
2.3.1 Kabelnaam nieuwe glasvezelkabels
2.3.2 Kabelnaam nieuwe patchkabels
2.3.3 Kabelgebruik (cable designation)
2.3.4 Overige kabelvelden
2.4 (Klant)Aansluitingen
2.5 Registratie geulen en bijzondere geullocaties
11
12
12
12
13
15
16
16
16
21
22
23
24
26
3.
Straatkastenregistratie (Terminal Enclosures)
3.1 Algemeen
3.2 Bovengrondse Glas-/LasKasten
29
29
30
4.
Rack Mounted Equipment (RME)
4.1 Vloerplan en Equipment Racks
4.1.1 Equipment Racks Front of Rear?
4.1.2 Bay (Equipment Rack)
4.2 Shelf (apparatuur)
4.2.1 Achtergrondinformatie Shelf naamgeving
4.2.2 Shelf invulvelden
4.2.2.1.
Shelf invulveld - Description
4.2.2.1.1.
Equipment type code tabel
4.2.2.1.2.
Equipment functioncode tabel
31
31
31
32
33
33
33
34
35
37
6/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.
4.3 Sloten, kaarten en poorten
4.3.1 Slot en Port (sloten en poorten)
4.3.2 Card (apparatuur kaart)
4.4 RME Voorbeelden
4.4.1 RME Voorbeeld Transmissie 1:
4.4.2 RME Voorbeeld Transmissie 2:
4.5 Klantaansluitingen glas
4.5.1 Gebouwobject (klantlocatie)
4.5.2 RME apparatuur (klantlocatie)
38
38
38
39
39
39
40
40
40
PRM routes
5.1 Uitgangspunten registratie PRM routes
5.1.1 Definitie PRM route
5.1.1.1.
Afbakening PRM route
5.1.2 Vezels toekennen aan PRM routes
5.1.2.1.
PRM route 1 vezel verbinding
5.1.3.2
PRM route 2 vezels duplex verbinding
5.2 PRM route invulvelden
5.2.1 PRM route invulveld - Name
5.2.2 PRM route invulveld - Line ID
5.2.3 PRM route invulveld - Status
5.2.4 PRM route invulveld - Notes
5.2.5 PRM route invulveld - References
5.3 Vezelreserveringen en opvoer / ophef PRM route
5.4 Voorbeeld PRM route B2B glasklant via PCWDM
5.5 Bijzondere PRM route situaties
5.5.1 Cross Footprint PRM routes
5.5.2 3rd Party PRM routes over eigen vezels (dark fibres / Leased Lines)
5.5.3 Eigen PRM routes over 3rd Party vezels
42
42
42
42
43
43
43
44
45
46
46
47
49
49
50
51
51
51
52
6. Projectvoorschriften
6.1 Werkprocessen
6.2 Regels m.b.t. velden
6.3 Data Correcties
6.4 Glasvezelreserveringen
6.5 B2B Coax, MTC en na-aansluitingen t.b.v. SOHO
6.6 AOP verplaatsingen
6.7 Field Ops kleine mutaties
6.8 Field Ops grote mutaties
6.9 B2B Glas en Tom(i)
6.10CATV t.b.v. MLE
6.11 Bedrijfsverzamelgebouwen en bedrijventerreinen
6.12 Reconstructies
6.13 Sloop
6.14 Kastverplaatsingen
7/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
53
53
53
53
54
54
54
55
55
56
56
57
58
58
59
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
7.
6.15 Nieuwbouw: variant 1 (gelijktijdige aanleg hoofdinfra en aansluitingen)
6.16 Nieuwbouw: variant 2 (vooraanleg)
6.17 Nieuwbouw: variant 3 (Na-aanleg)
6.18 Lifecycle, capaciteitsuitbreidingen en innovatie (glas)
6.19 Lifecycle capaciteitsuitbreidingen en innovatie (coax ombouw)
6.20 Lifecycle, capaciteitsuitbreidingen en innovatie (coax nodesplitsingen)
6.21 Inbreidingsplannen
6.22 Regels m.b.t. deelprojecten
6.23 Algemene regels m.b.t. projecten
6.24 Constructie statussen
6.25 Projectkader
59
60
61
61
62
63
63
64
64
64
65
Templates & Specifications
7.1 Specificaties (Specifications)
7.1.1 Naamgeving Specificaties (SPECIFICATIONS)
7.1.2 Sjablonen (Templates).
66
66
66
67
Modelleringsverzoek
68
8.
68
68
68
68
68
Benodigd voor PNI modellering
8.1 Ondergrondse lassen
8.1.1 Handholes
8.2 Mantelbuizen en Leidingen
8.2.1 MANTELBUIZEN (Protection Pipes)
Enter & Place Mode
69
9. Place mode
9.1 Elementen in Place mode
9.1.1
9.1.2
69
69
69
69
10. Enter mode
10.1 Elementen in Enter mode
10.1.1
10.1.2
70
70
70
70
Maatvoering
71
11. Algemene regels t.a.v. Maatvoering
11.1 Topografische Objecten
11.1.1 BGT
11.1.2 BAG
11.1.3 Plantopografie
11.2 Te bematen netwerk objecten
71
73
73
74
75
76
8/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
11.3 bematen van geulen
11.4 Maatvoering analoog ingemeten netwerk
11.5 Maatvoering digitaal ingemeten netwerk
76
77
77
Bijlage 1: Kleurcodes
78
Bijlage 2: Hub name code tabel
80
Bijlage 3: NIM loketten
82
Bijlage 4: Standaard netwerk
83
83
Begrippenlijst
84
Trefwoordenlijst
86
9/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Voor de benaming van ISP registratieobjecten in PNI is er in het verleden vanuit de
platformeigenaren van fUPC voorgangers een fUPC-naamgevingsconventie opgesteld. De
objecten benaming in PNI is hier op gebaseerd maar zijn voor een deel later verrijkt met slechts
bepaalde onderdelen uit een nieuwere LGI-naamgevingsconventie. Immers de gebouwnaam en
PRM routes (en diens veld-labeling) zouden anders verschillen en moeilijker te relateren zijn met de
Shelf benaming in datzelfde gebouw en daarmee processen verstoren. Met de komst van logische
registratie Cramer (fZiggo-naamgevingsconventie) wordt o.a. om die reden in PNI gebruik
gemaakt van alias (sleutel)velden.
Opmerking:
In PNI zijn alle objectnamen gebaseerd op de fUPC naamgevingsconventie.
1. HANDHOLES/LASLOCATIES (UUB)
In PNI geldt een standaard voor het benoemen van handholes en KM-2 moffen (8 karakters
nummer met 6 cijfers. Het laatste karakter (8e karakter) geeft extra informatie.
Voor de Handhole nummeruitgifte zal contact gelegd moeten worden met NIM (zie bijlage).
Let op: nieuwe handholes en KM-2 moffen worden altijd voorzien van een marker. Dit geldt ook
voor opgegraven oude handholes. Dit zal daarom ook zo in PNI geregistreerd moeten worden!
1.1 HANDHOLES/LASLOCATIES
Hieronder een aantal voorbeelden van hoe deze namen er uit moeten zien.



Voor een handhole zonder GCO (op slag) en geen marker:
o Handhole: H123456.
o GCO is niet van toepassing.
Voor handhole met één enkele GCO en geen marker:
o Handhole: H123456
o GCO/Splice: H123456 GCO-1
Voor handhole met één enkele GCO met marker:
o Handhole: H123456M
o GCO/Splice: H123456M GCO-1

o
o
O
10/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Handhole: H123456M
GCO/Splice: H123456M GCO-1
GCO/Splice: H123456M GCO-2
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
1.2 KM-2 MOFFEN
Voor een KM-2 wordt er geen marker meegenomen in de benaming. Dit is vanwege de beperking
in PNI met betrekking tot het aantal mogelijke karakters, en omdat een KM-2 standaard altijd een
marker moet bevatten. Deze hoeft dus niet expliciet aangegeven te worden.

Voor een KM-2:
o KM-2: H123456K.
o Splice: H123456K.
2. GEULEN, MANTELBUIZEN, CONDUITS EN KABELS
Een Underground Route (geul) kan in PNI verschillende netwerk elementen bevatten. Deze worden
geplaatst in de geul. Een geprojecteerde lijn (de geul) kan de volgende elementen bevatten:




De Underground Route: dit is de lijn die op de topografie zichtbaar is (oftewel de geul zelf).
Conduits: dit zijn de buizen die in de desbetreffende geul liggen.
Mantelbuizen (Protection Pipes): dit zijn een speciaal type conduits die gebruikt worden om
wegen of wateren over te steken. Mantelbuizen zijn in tegenstelling tot andere buizen wel
zichtbaar op de kaart.
Kabels: dit zijn alle kabels al dan niet in een buis die in de desbetreffende geul liggen.
Al deze elementen zijn in PNI aan elkaar gekoppeld en d.m.v. templates gestandaardiseerd.
Let op: voor benamingen van Templates zie sub
Afbeelding 1: een mantelbuis (protection pipe) in PNI
11/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Afbeelding 2: buizen en kabels (dwarsdoorsnede geul)
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
2.1 GEUL (UNDERGROUND ROUTE)
De geul krijgt in PNI geen specifieke naam, maar wordt automatisch genummerd. Er zijn in PNI
geulen met specifieke naam/nummering aanwezig. Deze zijn met de migratie vanuit de oude
systemen meegegaan. Aan deze nummering/benaming wordt in PNI geen vervolg gegeven.
2.2 CONDUITS
De benamingen voor mantelbuizen, boringen en zinkers zijn in PNI hetzelfde als in Microstation.
Voor (reguliere) HDPE-buizen gaat dit niet op omdat er binnen ons netwerk verschillende
manieren zijn voor het benoemen van een HDPE buis en hier één lijn in moet worden getrokken.
Binnen PNI is er een mogelijkheid om documenten/bestanden te koppelen aan een element. Dit
zal dan ook nodig zijn voor alle buizen waar een profiel van aanwezig is.
2.2.1 MANTELBUIZEN
Een mantelbuis (niet zijnde boring of zinker) wordt gezien als een buis onder de grond voor
bescherming van kabels en leidingen bij bijvoorbeeld wegkruisingen. De volgende informatie moet
geregistreerd worden:






Specificatie (Specification):
o Voor mantelbuizen de specifica
Status (Contruction Status):
o
ment de buis in de grond ligt.
o
ie gepland is.
Gebruik (Usage):
o
o
o
Naam (Name), maximaal 12 tekens:
o De naam bij een wegkruising mantelbuis niet invullen
Responsible party: de verantwoordelijke voor de buis. Dit is een vrij in te vullen veld. Hier dient
Ziggo ingevuld te worden tenzij een derde partij de verantwoordelijkheid op zich
neemt. In dat geval zal de naam van de derde partij in kwestie ingevuld moeten worden.
Owner: de eigenaar van de buis, de opties zijn:
o 3rd Party: wanneer VodafoneZiggo geen eigenaar is van de buis
o Ziggo: bij nieuw op te voeren netwerken
o fUPC: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de geul en deze onderdeel is van het
fUPC netwerk (deze is gebruikt voor fUPC migratie)
o fZiggo: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de buis en deze onderdeel is van het
fZiggo netwerk (pas van toepassing als de Orca data in PNI wordt opgenomen)
Aan het begin en het einde van de mantelbuis dient er in PNI een Point of Interest te worden
aangemaakt. De velden van het Point of Interest dienen de volgende waarden te bevatten:


Label: niet
General
12/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Mantelbuizen (Conduit) zelf dienen wel te worden voorzien van een label. Plaats deze naast,
leesbaar en haaks t.o.v. de te kruisen weg, spoor of kanaal .
Mantelbuizen in het telemetrienetwerk
In het telemetrie/kopernetwerk in PNI zijn tevens mantelbuizen aanwezig en dus geregistreerd. Het
kopernetwerk is in PNI echter anders geregistreerd dan het reguliere HFC-netwerk. De
koperkabels zijn niet geregistreerd
kaart/ondergrond geplaatst. De mantelbuizen behorende bij het kopernetwerk zijn ingetekend als
copper dimension
-netwerk waar de
glasvezel of coax kabels in een geulobject worden geplaatst en de mantelbuis ook in de geul zit.
Wanneer men gebruik wil maken van een mantelbuis in het telemetrienetwerk, dient men dus
eerst een nieuwe geul te tekenen over de bestaande koperkabel. Vervolgens moet er een nieuwe
mantelbuis ingetekend worden over de bestaande mantelbuis in het kopernetwerk. Ondanks dat
de nieuwe geul en mantelbuis nu over het bestaande telemetrienetwerk is ingetekend hoeft er
geen aparte koperkabel in de geul geplaatst te worden (deze is reeds in place mode ingetekend).
Afbeelding 3: een reguliere mantelbuis in PNI
Afbeelding 4: een mantelbuis in het kopernetwerk in PNI
2.2.2
BORINGEN EN ZINKERS
Boringen en zinkers dienen op grotendeels dezelfde wijze geregistreerd te worden als
mantelbuizen. Dit betekent dat de velden van de conduit/buis zoals die in de vorige subparagraaf
staan beschreven op soortgelijke wijze voor boringen en zinkers moeten worden ingevuld. Een


Bestaande boringen/zinkers dienen de benaming te krijgen welke in de oude systemen aan dit
object toegekend was. Dit is het GBKN-bladnummer vanuit Microstation gekoppeld aan een
volgnummer.
De naamgeving voor nieuwe boringen/zinkers wordt door de afdeling NIM toegekend (zie
bijlage).
een uniek nummer
bestaande uit zeven cijfers.
Enkele voorbeelden van de naamgeving:
13/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP


o GBKNNieuwe standaard:
o
-
-
Net als bij mantelbuizen dienen er bij boringen en zinkers ook Points of Interest aangemaakt te
worden (aan het begin en aan het einde van de boring/zinker). Hiervoor gelden dezelfde regels als
bij het aanmaken van mantelbuizen.
Bij een koude boring (een boring zonder mantelbuis) wordt het in- en uittredepunt ook
aangegeven middels een Point of Interest. Tussen deze POI
Conduit ingevoerd te
PP
koude boring m.b.v. een mantelbuisgeometrie zichtbaar wordt.
Bij de
Underground Route dienen bij boringen en zinkers tevens de volgende velden gevuld te worden:


Diameter (moet groter zijn dan die van de mantelbuis).
Centre Point Depth (in meters van het diepste punt van de boring).
Tot slot dient er bij een boring (of zinker) altijd een boorprofiel in pdf-format aanwezig te zijn. Deze
moet in PNI in de Related Items tab van het buisobject (conduit) gekoppeld zijn. De
bestandsnaam van het boorprofiel dient dezelfde naam te krijgen als het buisobject waar deze
aan gekoppeld is. In de Related Items tab dienen de volgende velden te worden ingevuld:




Description: Boring naam; beschrijving van de locatie (kanaalnaam/weg/dichtstbijzijnde adres)
Full File name: locatie waar het boorprofiel is opgeslagen O:\Smallworld_data\DrillingProfiles\juiste provincie\bestandsnaam
Marker Annotation: zet een annotatie met scale 1.0 horizontaal naast de boringgeometrie,
deze geeft de naam van het related document weer
Afbeelding 5: een mantelbuis met annotatie en boorprofiel
14/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
2.2.3 HDPE-BUIZEN
Met HDPE-buizen bedoelen we de buizen waarin de glasvezelkabels worden opgenomen en die
geen mantelbuis, boring of zinker zijn. In het veld zijn deze buizen (al dan niet fictief) gelabeld. In
sommige gebieden wordt gebruik gemaakt van kleurcodes (bv. Gs voor grijs, Rd voor rood) en in
andere gebieden hanteert men buisnummers. Voor bestaande buizen blijft de huidige situatie
gehandhaafd. Wanneer beide aanwezig zijn (zowel nummer als kleurlabel), dan zullen beide
vermeld moeten worden.
Let er wel op dat er niet zomaar omgenummerd wordt, omdat in veel gevallen de buisnummers
en/of kleur ook daadwerkelijk als label aan de buizen zijn vastgemaakt, wat bij het omnummeren
binnen PNI verschillen oplevert ten opzichte van de werkelijke situatie.
Bij nieuw te leggen buizen zal gebruik worden gemaakt van buisnummers, welke aangevraagd
dienen te worden bij NIM (zie bijlage).
volgt, waarbij er maximaal 12 karakters gebruikt kunnen worden:


Positie 2-3: kleurcode van de buis (2 posities per kleur), tenzij deze nodig zijn voor iets anders
als kleuraanduiding (zoals soms bij (HB)CN buizen). Zie ook bijlage: kleurcodes
Positie 4-7: kleurcode of nummer van de buis. Oftewel bij twee of drie kleurlabels zal deze
voor de tweede en eventueel voor de derde kleur gebruikt moeten worden, anders onderdeel
van het buisnummer of allemaal nul.
Positie 8-12: buisnummers wanneer aanwezig, anders allemaal nul.


Het format voor de benaming van HDPE buizen is dus als volgt:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
C
K
K
K/N
K/N
K/N
K/N
N
N
N
N
N
C:
K:
N:
Staat voor Conduit.
Deel Kleurcodering.
Deel Uniek buisnummer.
Enkele voorbeelden van naamgeving bij HDPE-buizen:








HDPE glasbuis met label 0304001:
HDPE glasbuis met label LCSON-LCHDL-A: C000SONHDL-A
Dit is buis A die van het Lokaal Centrum in Sol naar het Lokaal Centrum in Hedel loopt
15/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
2.2.4 SUBDUCTS
Onder subducts worden kleinere buizen in de eerder behandelde buizen verstaan. Door in het
en subduct specificatie kan elke buis in principe een subduct
zijn. In dat geval gelden de (naamgevings)regels voor buizen zoals beschreven in de vorige
subparagrafen. Wanneer een subduct daadwerkelijk binnen een andere buis zit, gelden er andere
regels omtrent de naamgeving. De subduct krijgt dan namelijk de kleurafkorting als naam.
Let op: subducts hebben op dit moment vaak een nummer als naam. Dit is voor de medewerkers
in het veld niet de beste oplossing en zal in de toekomst daarom aangepast worden.
2.3 KABELS
In het verleden heeft de registratie van fUPC kabels per regio verschillend plaatsgevonden. Dit
geldt met name voor de naamgeving van deze kabels. Voor de registratie in PNI is er gekozen om
de oude (regio gebonden) naamgeving te handhaven. Uiteindelijk zal PNI zelf kabelnamen gaan
genereren. Deze functionaliteit zal pas beschikbaar komen wanneer de Orca data gemigreerd
gaat worden. Voorlopig dient de naam handmatig ingevuld te worden.
In PNI zijn er een tweetal items die ingevuld dienen te worden voor wat betreft de naamgeving en
informatie over de (glasvezel)
Cable Designation in PNI: maximaal 40 karakters).
Voor de glasvezelkabels die vanuit de oude systemen (Beusen) naar PNI zijn gemigreerd wordt
voorlopig de oude benaming aangehouden.
2.3.1 KABELNAAM NIEUWE GLASVEZELKABELS
deze subparagraaf worden beschreven. Per regio wordt uitgelegd hoe de kabelnaam wordt
veld kan maximaal 30 karakters bevatten. De afdeling NIM doet de uitgifte
van de kabelnamen (zie bijlage voor het loket en de aanvraagprocedure ).
Telekabelgebied (Friesland en Flevoland)
Het format van de benaming van glasvezelkabels in deze regio voor de kabels in Friesland en
Flevoland is als volgt:
1
2
3
A
A
A
A:
4
5
6
7
8
9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23
B
B
B
B
-
C
E
Staat voor de regionaam:


B:
16/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
C
C
C
D
D
D
D
/
E
F
F
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
C:
D:
E:
Staat voor de hub
Staat voor het tracé- of kabeldeel. Dit is het deel van het gehele traject welke door de
ing geeft een voorbeeld
weer van kabeldelen.
01
HH
02
HH
03
HH
HH
Afbeelding 6: voorbeeld van kabeldelen in het netwerk
F:
fictieve netwerk van afbeelding 6 een extra handhole toegevoegd. Dit zorgt ervoor dat
het oorspronkelijke kabeldeel 02 wordt opgesplitst in 02-01 en 02-02.
Bij de handhole is ook een aftakking gerealiseerd. Dit is de eerste aftakking en krijgt de
.
01
HH
02-01
HH
02-02
HH
03
HH
HH
02a
klant
Afbeelding 7: voorbeeld van kabeldelen met een geknipte en afgetakte kabel in het netwerk
namen Friesland en Flevoland:




Fr HV01-HV02 Low/01
Fr HV01-LW11 High/01
Fld AL00-AL00 A Low/01
Fld AL00-AL01 High/01
Telekabelgebied (Gelderland)
Het format van de benaming van glasvezelkabels in deze regio voor de kabels in Gelderland is iets
anders als die van de kabels in Friesland en Flevoland:
1
2
3
A
A
A
17/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
4
5
6
7
8
9
10
11 12 13 14 15 16 17 18 19
B
B
B
B
-
C
C
C
C
D
E
/
F
F
G
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
A:
Staat voor de regionaam:

Gld
Gelderland
B:
C:
D:
E:
F:
G:


Is het ringnummer
Staat voor het tracé- of kabeldeel.
l.
Gld AH00AH01L1/01
Gld AH00AH01H1/01
Noord-Holland (Alkmaar e.o.)
Het eerste format van de benaming van glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
3
A A
A:
4
5
6
B
B B
7
8
9
C C
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
C
C
D D D D D D D D
E E E E
/
F
F G
Staat voor de provincie

-Holland
is de stad

B:
C:
D:
E:
F:
G:
Staat voor het ringnummer
Low
)
Staat voor het tracé- of kabeldeel.
Het tweede format van de benaming van glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
3
A A
A:
B:
C:
D:
E:
F:
4
5
6
B
B B
7
8
9
C C
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
C
C -
D D D D
Staat voor de provincie

-Holland
is de stad

Staat voor de hub waarvandaan de kabel
Staat voor het ringnummer
18/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
E E E E
F
F
F
/
G G H
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
G:
H:
Staat voor het tracé- of kabeldeel.
Is de aanduiding vo
Voorbeelden van
 Nh AMR LC00 Ring3.3A Low/01
 Nh AMR LC00-LC01 High2.1/01
Noord-Holland (Amsterdam e.o.)
Het format van de benaming van glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
3
A A
A:
4
5
6
7
8
9
10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25
B
B B B
-
C
C
C C
D D
-
E
/
F
F
G G G G
Staat voor de provincie

-Holland
B:
C:
D:
E:
F:
G:
Staat voor de hu
Staat voor het buisnummer
Staat voor het buisvolgnummer
Staat voor het tracé- of kabeldeel.
elnamen:


Nh AD00-AD01 00-0/01 Low
Nh AD00-AD01 01-4/01 BB
Zuid-Holland
Het format van de benaming van Access Low glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
A
A
A:
3
4
5
6
7
8
9
10
B
B
B
B
B
-
C
Staat voor de provincie

-Holland
Staat voor het volgnummer
Staat voor het tracé- of kabeldeel.
B:
C:
Het format van de benaming van Access High glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
A
A
19/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
3
4
5
6
9
10
B
B
B
-
C
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Het format van de benaming van backbone glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
A
A



3
4
5
6
9
10
B
B
B
-
C
Zh 10006-1 (Access Low kabel)
Zh 106-1 (Access High kabel)
Zh 100-3 (Backbone kabel)
Noord-Brabant
Het format van de benaming van Access Low glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
3
A
A
A
A:
4
5
6
7
8
9
10
B
B
B
B
/
C
Staat voor de stad:

sel


Staat voor het kabelnummer, deze kan maximaal 4 karakters lang zijn.
Staat voor het tracé- of kabeldeel.
B:
C:



Access Low kabelnamen:
Ehv 0123
Eer 20/1
Hm 33/1
Het format van de benaming van Access High glasvezelkabels in deze regio is als volgt:
1
2
A
A
A:
B:
C:
3
4
5
6
7
8
9
10
B
B
B
B
/
C
C
Staat voor de provincie
Staat voor het kabelnummer, deze kan maximaal 4 karakters lang zijn.
Staat voor het tracé- of kabeldeel. Dit is het deel van het gehele traject welke door de
t

Br 0113/01
20/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
E:
F:
Wanneer er in dezelfde glasvezelkabel fibers voor verschillende doeleinden aanwezig zijn
(er zijn bijvoorbeeld fibers aanwezig t.b.v. voor Access Low en Access High) dan wordt de
benaming voor het hoogste netwerkdeel toegepast.
Staat voor uniek ((alfa)numeriek) nummer. Dit nummer wordt door NIM uitgegeven.
Staat voor kabeldeel. Dit is het deel van het gehele traject welke door de desbetreffende
hub, node of handhole. Afbeelding 3 geeft een voorbeeld weer van kabeldelen.
2.3.2 KABELNAAM NIEUWE PATCHKABELS
De benaming van enkele inside plant glasvezelkabels wijkt af van de kabeltypen die in de vorige
subparagraaf zijn beschreven. We hebben het dan over de volgende kabelsoorten:



Multipigtails
Patchcords
Jumperkabels
Multipigtails
tweetal multipigtails kiezen. Bij de volgende situaties wordt er gekozen voor dit type kabel:

Wanneer de binnenkomende kabel in een wijkcentrum op het patchpaneel gelast wordt en
daar vanuit via een pigtail gekoppeld wordt aan de nodeapparatuur. De pigtail dient dan in
PNI geregistreerd te worden als multipigtail.

Wanneer de binnenkomende kabel in een wijkcentrum eerst via een patchcord op het
patchpaneel naar een andere poort wordt verbonden en vervolgens via een aparte kabel
gekoppeld wordt aan de nodeapparatuur. De aparte kabel van het patchpaneel naar de
apparatuur dient geregistreerd te worden als een multipigtail.
Het format van de benaming van multipigtails is als volgt:
1
2
A
A
A:
N:
V:
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
N
N
N
N
N
N
N
/
V
V
Staat voor het nodedeel in de nodebenaming (exclusief de laatste letter)
Staat voor het volgnummer (oplopend, beginnend bij 1)
Patchcords
Net als bij multipigtails kun je bij een sheath (LOC) object in PNI i
tweetal patchcords kiezen. Dit geldt voor de situatie waarbij de binnenkomende kabel in een
21/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
wijkcentrum eerst via een patchcord op het patchpaneel naar een andere poort wordt verbonden
en vervolgens via een aparte kabel gekoppeld wordt aan de nodeapparatuur. De kabel in het
patchpaneel wordt dus in PNI als patchcord geregistreerd.
Het format van de benaming van patchcords is als volgt:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
H
H
H
H
.
N
N
N
N
N
N
N
.
V
V
H:
N:
V:
Staat voor het hubdeel in de nodebenaming
Staat voor het nodedeel in de nodebenaming (exclusief de laatste letter)
Staat voor het volgnummer (oplopend, beginnend bij 1)
Jumpers
Dit zijn toegepaste kabels voor de verbindingen in de hubs tussen de apparatuur van de ene kast
en de apparatuur van de andere kast. Deze kabels hebben geen naam. De pigtails in de
aanwezige ODF-kasten in hubs om de vezels uit de binnenkomende kabels te patchen naar de
poorten op de patchzijde van het ODF worden in PNI niet geregistreerd.
Jumperkabels zijn geen sheath (LOC) objecten en voor de juiste registratie van deze kabels dient
alleen de juiste lengte en een willekeurige specificatie ingevuld te worden.
2.3.3 KABELGEBRUIK (CABLE DESIGNATION)
n PNI ook aangegeven te worden waar de kabel voor
karakters groot. Hier moet minimaal ingevuld worden waar de kabel voor wordt gebruik
(bijvoorbeeld
cess High kabels), en waar de kabel begint en eindigt (van/naar
informatie), b
Voor kabels vanuit een hub die op eind liggen en niet in een andere hub eindigen en dus als het
ware geen eindbestemming hebben
us
bijvoorbeeld alleen LW00
kun je zien als de gehele route van de kabel zonder
de toevoeging van kabeldelen. Dit deel wordt wordt binnen de registratie alleen gebruikt voor
glasvezelkabels.
Het te gebruiken format
1
2
3
4 - 40
A
A
.
C
A:
Cable Designation
Staat voor gebruik, de volgende opties zijn mogelijk:
 PH = patch
 MP = Multi Pigtail
22/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
C:
 CR = Core Cable
 LT = Local Tail
 AL = Access Low
 AH = Access High
 BB = Backbone
Tekst locatie(s) en toevoeging. Er is ruimte voor een klein stukje vrije tekst (bijvoorbeeld:
ude naam
huidige ORCA).
Enkele voorbeelden van hoe het Cable Designation veld ingevuld kan worden:


-
zelkabel tussen de HM00 en HM07
zelkabel tussen de HM00 en HM07
2.3.4 OVERIGE KABELVELDEN
Naast de kabelnaam en het kabelgebruik zijn er nog een aantal verplicht in te vullen velden voor
een kabel. Hieronder volgt per kabelsoort de overige verplichte velden.
Copper Cable - (Telematica en UTP kabel)
 Specification: de kabel type/specificatie
 Construction Status: de opleverstatus van de kabel
o
het moment de kabel in de grond ligt.
o
 Direction: Forward/Reverse/Both (UTP only)
 Measured Length: dient de daadwerkelijk gemeten lengte van de kabel te bevatten
 Owner: de eigenaar van de kabel, de opties zijn:
o 3rd Party: wanneer VodafoneZiggo geen eigenaar is van de kabel
o Ziggo: bij nieuw op te voeren netwerken
o fUPC: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de geul en deze onderdeel is van het
fUPC netwerk (deze is gebruikt voor fUPC migratie)
o fZiggo: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de kabel en deze onderdeel is van
het fZiggo netwerk (pas van toepassing als de Orca data in PNI wordt opgenomen)
 Responsible party: de verantwoordelijke voor de kabel. Dit is een vrij in te vullen veld. Hier
Ziggo
orden tenzij een derde partij de verantwoordelijkheid op zich
neemt. In dat geval zal de naam van de derde partij in kwestie ingevuld moeten worden.
Sheath (LOC) - (glasvezelkabel)
 Specification: de kabel type/specificatie
 Construction Status: de opleverstatus van de kabel
o
o
 Measured Sheath Length: dient de werkelijke lengte van de kabel te bevatten
 Owner: de eigenaar van de kabel, de opties zijn hetzelfde als bij de koperkabels
 Date Installed: de installatie datum
(bijv. 11-07-2019)
23/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP

Responsible party: de verantwoordelijke voor de kabel. Dit is een vrij in te vullen veld. Hier
Ziggo
op zich
neemt. In dat geval zal de naam van de derde partij in kwestie ingevuld moeten worden.
Jumperkabel
 Specification: de kabel type/specificatie
 Length: de lengte van de kabel
2.4 (KLANT)AANSLUITINGEN
Voor elke woning/pand waar een VodafoneZiggo aansluiting wordt gerealiseerd dient vanuit de
hoofdgeul een geul naar het desbetreffende pand te worden ingetekend. Dit geldt zowel voor
panden met een glas- als panden met een coaxaansluiting. Hiervoor gelden de volgende regels:




De geul dient ingetekend te worden op de plaats waar de kabel het pand in gaat.
Bij glaslocaties dient de geul ca. 20 cm voor de gevel van het gebouwobject te eindigen.
Bij coaxlocaties wordt het AP geplaatst op de exacte 2-dimensionale positie van de
aansluiting binnen het pand.
Aan het einde van de geul wordt een Access Point geplaatst.
Voor het te plaatsen (external world) Access Point gelden de onderstaande regels:

 Kies bij het Type veld de juiste waarde:
o Conduit Terminus: als het een VodafoneZiggo hublocatie betreft
o Customer Location: bij klantlocaties voor een glasaansluiting (en eventueel ook coax)
o MDU: als het een SOP voor een collectieve coaxklantlocatie betreft met meerdere
achterliggende interne coax klantaansluitingen
o SDU: als het een coaxklantlocatie betreft met een enkele coax aansluiting
Adresgegevens koppelen
 Bij coaxaansluitingen wordt het klantadres niet gekoppeld aan het Access Point maar aan de
NID.
 Bij glasaansluitingen dient het locatieadres gekoppeld te worden aan het aangemaakte
gebouwobject (via Set Location Address i.p.v. Set Customer Address).
 Bij panden met zowel een coax- als een glasaansluiting dient dit in twee separate Access
Points geregistreerd te worden.
Afbeelding 8: een correct getekende coaxaansluiting Afbeelding 9: een toegekend klantadres
24/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Kabellengtes bij hoogbouw
Wanneer een glasvezelkabel naar een pand gaat welke meerdere etages kent waarbij de kabel
omhoog gaat om vervolgens op de gewenste etage gebruikt te worden, dient het veld Measured
Sheath Length ingevuld te worden, zodat de werkelijke lengte van de kabel geregistreerd is.
Flataanzichten
Deze bestanden dienen (bij oude flatregistraties met meerdere NIDs in één AP) aan een Point
Of Attachment object gekoppeld te worden. Dit mogen louter bestanden zijn die uit Microstation
of AutoCAD gegenereerd zijn. Het POA dient geplaatst te worden in het desbetreffende gebouw
welke voorzien moet worden van een flataanzicht. Het flataanzichtnummer wordt door NIM
uitgegeven. De velden die ingevuld moeten worden bij het Point Of Attachment object zijn de
volgende:

.
 Construction Status: hiervoor gelden dezelfde regels als bij de overige objecten.
Het bestandsnaammasker ziet er als volgt uit:
1-2
3
4-9
10
11-?
?
?-?
FA
_
Postcode6
_
Laagste HNR
-
Hoogste HNR
De volgende velden dienen ingevuld te worden bij het aanmaken van het related document:
 Related Document Type:
 Description: lataanzicht
 Full File name: locatie waar het flataanzicht is opgeslagen O:\Smallworld_data\OutsidePlant-COAX\juiste provincie\juiste gemeente\Flat_aanzichten\bestandsnaam
 Marker Annotation: zet een annotatie met scale 1.0 rechts van het Point Of Attachment
In de afbeelding hieronder is een Point Of Attachment met daaraan een flataanzicht (met juiste
benaming) gekoppeld weergegeven.
Afbeelding 10: een flataanzicht bij een pand
Opmerking:
Zie voor de nieuwe hoogbouw registratiemethode het OSP_Coax_Wijknet registratievoorschrift.
25/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
2.5 REGISTRATIE GEULEN EN BIJZONDERE GEULLOCATIES
Een geul wordt in PNI m.b.v. het Underground Route object geregistreerd. Dit object bevat een
aantal eigenschappen welke ingevuld dienen te worden. Ook gelden er een aantal regels voor het
intekenen van geulen. Ten slotte kunnen bijzondere situaties in geulen met behulp van een Point of
Interest object in PNI geregistreerd worden.
Algemene regels
Naast het juist invullen van de eigenschappen dient er bij het juist registreren van geulen op de
volgende zaken te worden gelet:
 Een geul mag niet over een andere geul getekend worden.
 Een geul mag als een afzonderlijke geul getekend worden als deze minstens 30cm verwijderd
is van andere ingetekende geulen.
 Een geul mag niet door een gebouwobject (Building) getekend worden.
 Geulen dienen zoveel mogelijk in één stuk getekend te worden.
 Digitaal ingemeten geulen dienen maatvast (qua ligging exact overeenkomstig de digitale
inmeetgegevens) gereviseerd te worden (d.m.v. Configure SOMs)
Eigenschappen
Bij de registratie van een Underground Route dienen de volgende velden ingevuld te worden:
 Underground Route Type: betreft het soort geul
o Trench: wanneer het een standaard geul betreft
o Bore: wanneer de geul een boring/zinker bevat
o Internal: wanneer het geulen door gebouwen betreft
o Unknown: te gebruiken wanneer het een geul betreft waarbij de exacte locatie niet
bekend is
 Construction Status: is afhankelijk van de desbetreffende fase in het bouwproces
o Planned: wanneer de geul gepland is en nog niet wordt aangelegd
o In Construction: wanneer de geul gelegd wordt
o In Service: wanneer de geul gelegd is
 Responsible party: de verantwoordelijke voor de geul. Dit is een vrij in te vullen veld. Hier dient
Ziggo
neemt. In dat geval zal de naam van de derde partij in kwestie ingevuld moeten worden.
 Owner: de eigenaar van de geul, de opties zijn:
o 3rd Party: wanneer VodafoneZiggo geen eigenaar is van de geul
o Ziggo: bij nieuw op te voeren netwerken
o fUPC: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de geul en deze onderdeel is van het
fUPC netwerk (deze is gebruikt voor fUPC migratie)
o fZiggo: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de geul en deze onderdeel is van het
fZiggo netwerk (pas van toepassing als de Orca data in PNI wordt opgenomen)
 Restrictions: Bij digitaal ingemeten geulen dient DM
(digitally measure)
De resterende velden die ingevuld moeten worden hebben betrekking op de afmetingen en diepte
van de geul. In PNI wordt er qua diepte en afmetingen geen onderscheid gemaakt tussen de
geulen onderling. Om deze reden kunnen deze velden met de volgende waarden gevuld worden:
26/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP




Width: 500 mm
Upper Material Depth: 200 mm
Core Material Depth: 600 mm
Base Material Depth: 0 mm
Registratie koppelstuk
In het geval dat er buiten een behuizing een koppelstuk aan een buis wordt gemonteerd, wordt dit
in PNI geregistreerd door een Point of Interest van het type ´Conduit Adapter´ te plaatsen op de
plaats van de geul waar het koppelstuk aan de desbetreffende buis is gemonteerd. In het Point of
Interest wordt dan vervolgens het juiste koppelstuk aan de buis geregistreerd.
Afbeelding 11: Point of Interest van verschillende types
Registratie geulen in gebouwen
In het geval er geulen zijn die door gebouwen lopen gelden in PNI de volgende regels:
 De geulen dienen te worden geregistreerd
 De geulen dienen op dezelfde wijze op de kaart te worden ingetekend als waarop ze
daadwerkelijk door het pand zijn gelegd.
van het gebouwobject te worden geregistreerd. Belangrijk bij beiden is dat de te registreren
glaskabelgoten en glasvezelkabels de juiste lengte krijgen (Measured (Sheath) Length).
 Bij panden met zowel een coax- als een glasaansluiting dient dit in twee separate Access
Points geregistreerd te worden. De contouren van de vlakgeometrie van de glasvezelklant
(Building) dient hierbij aangepast te worden om de coax infra heen.
 Indien er glasapparatuur in het pand aanwezig is dient deze geregistreerd te worden als Rack
Mounted Equipment in een gebouwobject (zie tevens paragraaf 4.5):
o Indien er alleen glas aanwezig is krijgt het gebouwobject de vorm van het pand.
 Bij glasaansluitingen dient het locatieadres gekoppeld te worden aan het aangemaakte
gebouwobject (via Set Location Address i.p.v. Set Customer Address, zie ook paragraaf 2.4)
 Op de plaatsen waar de glasvezelkabels het gebouw binnen gaan dient een Access Point
geregistreerd te worden. Er dient tevens een Access Point geregistreerd te worden op de
plaats waar de glasvezelkabels het gebouw verlaten.
 Er dient tevens een Access Point getekend te worden op het punt waar de (glasvezel)kabel
27/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
In de onderstaande afbeelding is een voorbeeldsituatie weergegeven, waarbij er sprake is van
glasapparatuur in een pand, een kast met een optische node en coax naar de klantadressen toe.
Te zien is dat:
1. Er een reguliere geul naar het pand is getekend, met een Access Point waar de kabels het
gebouw binnen gaan.
2. Er een gebouwobject is aangemaakt voor de registratie van de glasapparatuur.
3. Er een (uitgaande) Access Point is aangemaakt ten behoeve van de registratie van de interne
geulen, met daarachter een interne geul die de glasvezelkabel naar de Optical Node brengt.
4. Er een Terminal Enclosure is aangemaakt voor de registratie van de Optical Node.
5. Er interne geulen zijn aangemaakt om de (tweedimensionale) ligging van de (coax)geulen in
het pand weer te geven.
6. Er zijn Access Points aangemaakt op plaatsen waar een coaxaansluiting op de begane grond
zit.
1
2
6
6
5
3
4
5
5
6
Afbeelding 12: voorbeeld registratie interne geulen
28/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
6
6
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
3. STRAATKASTENREGISTRATIE (TERMINAL ENCLOSURES)
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de regels zijn voor kastlocaties waarin zich de apparatuur
bevindt. Kastlocaties worden in PNI geregistreerd met het Terminal Enclosure netwerkobject. Er
wordt in dit hoofdstuk onderscheid gemaakt tussen de registratie van de straatkasten en de
inhoud hiervan.
3.1 ALGEMEEN
Voor het registreren van een straatkast in PNI dient men te kiezen voor het Terminal Enclosure
object. Bij het Terminal Enclosure object in PNI moeten de volgende velden ingevuld worden:
 Name (naam): wordt automatisch ingevuld.
 Alias: bevat de locatiecode uit de applicatie Cramer (voor CAI kasten gebeurd dit
automatisch)
 Specification (specificatie):
o Dient het type kast gekozen te worden welke in het veld is geplaatst.
 Contruction Status:
o
o
kast nog niet is geplaatst en alleen nog gepland is.
 Key-type (type sleutel):
o Het type slot/sleutel welke op de kast is gemonteerd.
 Owner: de eigenaar van de kast, de opties zijn:
o 3rd Party: wanneer VodafoneZiggo geen eigenaar is van de kast.
o Ziggo: bij nieuw op te voeren netwerken
o fUPC: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de geul en deze onderdeel is van het
fUPC netwerk (deze is gebruikt voor fUPC migratie)
o fZiggo: wanneer VodafoneZiggo eigenaar is van de kast en deze onderdeel is van het
fZiggo netwerk (pas van toepassing als de Orca data in PNI wordt opgenomen).
 Type: deze bevat het doel waarvoor de kast wordt aangewend, de opties zijn:
o Optical Node: als de kast gebruikt wordt als wijkcentrum (ook fiberdeep nodes).
o RF-Cabinet: als de kast gebruikt wordt als versterkerlocatie, fiberdeep locatie met
passieve apparatuur, wifi access point, of tap op afstand.
o Splice Cabinet: als de kast gebruikt wordt als bovengrondse laslocatie.
o Telco-Station: als de kast gebruikt wordt als laslocatie voor het telemetrienetwerk. In
de praktijk kunnen deze locaties ook gebouwen zijn (maar zijn geregistreerd als TE).
o Unknown: wanneer de kast niet voor een specifiek doeleinde aangewend is.
Related Items tab
Bij elke straatkast dient in de Related Items tab in PNI het meest nabijgelegen adres gekoppeld te
zijn. Dit gaat alleen op als er binnen 200 meter een adres aanwezig is.
Voor wijkcentra is het tevens
Terminal Enclosure object in PNI. Dit moet een foto van de binnen- en een foto van de
buitensituatie zijn. Voor de naamgeving van deze bestanden gelden de volgende regels:
29/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP


Foto buitensituatie: NE Name_Postcode6_HNR_kastsituatie
Foto binnensituatie: NE Name_Postcode6_HNR_kastpaneel
Waarbij NE Name de waarde is i
Amplifier.





NE
OpticalNode of
P:\UPC-O\Smallworld_data\Outside-Plant-COAX
Mapje Provincie
Mapje Gemeente
Mapje Terminal_Enclosures
Zip-bestand met de Cramer naam van het wijkcentrum (mapje)
Voor de naam van het Zip-bestand geldt de volgende regel: Cramer Name_Postcode6_HNR
(waarbij Cramer
Alias
.
ok in het bijbehorende Zip-bestand worden opgeslagen.
.
Vul de velden behorende bij het related document als volgt in:

 Description:
 Full File name: locatie waar de kastfoto is opgeslagen P:\UPC-O\Smallworld_data\OutsidePlant-COAX\juiste provincie\juiste gemeente\Terminal_Enclosures\Zip-bestand
Plaatsing
Terminal Enclosure wordt als punt-geometrie op de Civiel Technische geul opgevoerd op het
ingemeten coördinaat (hart kast). De draairichting van de kast dient tevens overeenkomstig de
werkelijke oriëntering te zijn.
3.2 BOVENGRONDSE GLAS-/LASKASTEN
Voor Laskasten (oftewel bovengrondse patch/laskasten) is, net als de Handhole.KM-2, een uniek
nummer van vijf cijfers vereist met LPK (LasPatchKast) als voorvoegsel. De nummeruitgifte wordt
gedaan door het NIM.
Voorbeeld
 LPK10001
30/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
4. RACK MOUNTED EQUIPMENT (RME)
RME (Rack Mounted Equipment) bestaat zoals de afkorting reeds aangeeft uit kasten (Bay),
apparatuur (Shelf), sloten (Slot), apparatuur-kaarten (Card) en poorten (Port).
Hieronder per RME object de registratie beschrijving.
4.1 VLOERPLAN EN EQUIPMENT RACKS
Voor de kasten (Equipment Racks) is het vloerplan bepalend voor de naamgeving.
Er zijn drie verschillende vloerplan
voor een HUB/Technische ruimte:
 Letter- & cijfercombinatie per kant van een kast (voor en achter) los van elkaar.
o
 Letter- & cijfercombinatie met voor (front) en achterkant (rear) aanduiding:
o Voorbeeld Kast A1A2: A1A2 - A1 Front
A1A2 - A2 Rear voor de
achterkant.
 Letter- & cijfercombinatie met voor en achterkant aanduiding (zoals hiervoor), maar dan op
vloertegelniveau waarbij er één letter en één cijfer wordt weergegeven.
o
A2 Rear voor de achterkant.
4.1.1
EQUIPMENT RACKS FRONT OF REAR?
Er wordt bij kasten op het vloerplan gebruik gemaakt van een letter, cijfer en voor/achterkant
aanduiding. De vraag is natuurlijk; wanneer is het nou de voorkant (front) of achterkant (rear) van
de kast?
Er zijn twee opvolgende regels:
1.
Het kan zijn dat er op de locatie gebruik wordt gemaakt van gescheiden gedeeltes.
Gescheiden in de zin van warme en koude kant binnen de locatie. Denk bijvoorbeeld aan een
cabine (Cold Cube) opstelling waarbij koude lucht in het midden naar binnen en via de
kasten/apparatuur naar de andere kant word
waarbij de ene kant van de kastenrij de koude kant is en de andere kant de warme (Zie
plaatje hieronder). Hier is de voorkant de koude kant (B) van de kasten, gebruikmakend van
het standaard raster aangegeven op het vloerplan.
Afbeelding 13: warme en koude kant in een hublocatie
31/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
2.
De tweede standaardregel is kijkend vanaf de linkeronderhoek van het vloerplan. Hier is de
voorkant van een kast alles wat je ziet vanaf dit punt. De opening (buitendeur) hoort aan de
onderkant van het vloerplan en van daaruit worden het raster en de voor-/achterkant
bepaald.
Afbeelding 14: voor- en achter kant in een hublocatie
Let op: voor alle nieuwe locaties dient de tweede standaardregel te worden gehanteerd.
4.1.2
BAY (EQUIPMENT RACK)
De totale naamgeving voor een Bay (Equipment Rack of
hubnaam, de
plaats op het vloerplan in deze HUB plus het platform. De plaats op het vloerplan zal beginnen
met de letter en gevolgd worden door het
kelijk van het vloerplan).
Voorbeeld
 In
HM00 staat een kast met voornamelijk Transmode apparatuur op de plaats D4E4.
De totale naamgeving van deze kast wordt dan:
o
_ underscore).
o
(let op de _ underscore).
(Bay)
De verplichte velden in PNI zijn:
 Specification: de specificatie van de kast)
 Description: kastplaats op vloerplan + platform
 Number: de kastplaats volgens vloerplan
 Date Installed: de installatie datum
32/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
(bijv. Rittal_TE 7000.510 42HE 60x80)
(bijv. B2B3 NEON/Transmode W36)
(B2B3)
(bijv. 11-07-2019)
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
4.2 SHELF (APPARATUUR)
Apparatuur (Shelf) in een hub, klantlocatie (Building) of buitenkast (Terminal Enclosure) wordt in
PNI geregistreerd als RME equipment.
Een Shelf wordt in een rack (Bay) op de juiste positie (gecentreerd, op de juiste HE (Hoogte
Eenheid) en aan de juiste kastzijde (Front / Rear) van de Bay) geplaatst..
De Shelf kan sloten (Slot) bevatten om vervolgens een kaart (Card) in te kunnen plaatsen. De
Shelf kan voor de connectiviteit / poortverbindingen evenals de kaart zelf poorten (Port) bezitten.
4.2.1
ACHTERGRONDINFORMATIE SHELF NAAMGEVING
Voor de benaming van ISP registratieobjecten in PNI is er in het verleden vanuit de
platformeigenaren van fUPC voorgangers een fUPC-naamgevingsconventie opgesteld. De
apparatuur benaming in PNI is hier op gebaseerd maar zijn later verrijkt met slechts bepaalde
onderdelen uit een nieuwere LGI-naamgevingsconventie. Immers de gebouwnaam en PRM routes
(en diens veld-labeling) zouden anders verschillen en moeilijker te relateren zijn met de Shelf
benaming in datzelfde gebouw en daarmee processen verstoren. Met de komst van logische
registratie Cramer (fZiggo-naamgevingsconventie) wordt o.a. om die reden in PNI gebruik
gemaakt van alias (sleutel)velden.
Let op: De LGI naamgeving komt wel in andere fUPC gebaseerde applicaties voor en in Cramer
als een separaat alias (sleutel)veld op zowel de Cramer location als het device.
4.2.2 SHELF INVULVELDEN
Bij het aanmaken van een RME apparaat (Shelf) dienen een aantal velden te worden gevuld.
De verplichte properties velden in PNI zijn:
(GIS) Shelf
Verplichte velden:
Specification
Description (*)
Veldwaarde:
Afhankelijk toegepast model
Shelfnaam
(zie fUPC Hub name code tabel)
(zie fUPC/LGI Equipment type code tabel)
(zie fUPC/LGI Equipm. function code tabel)
Voorbeeld:
Ciena OME6500-14
Land code (2 karakters) = nl (-)
Site/Hub name code (4 karakters) (-)
nl
LS00
Transmissie (DWDM) >>
Equipment type code (3 karakters) (-)
xx (uniek volgnummer (2 karakters) (-)
Backbone - Ring naam (3 karakters) (-)
Master / Slave (1=Master 2=Slave)
Core / Distributie / Access (Router / Switch) >>
Equipment function code (2 karakters)
xx (uniek volgnummer (2 karakters)
33/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
(Transmissie DWDM > Ciena O6500)
nl-LS00-O65-02-Y01-1
O65
02
Y01
1
(Distributie Switch > Ciena DS 5160)
nl-LS00-Sd01
Sd
01
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Construction Status
NE Name
ENID Name
Afhankelijk actuele status
Automatisch door PNI Name manager
Logische registratie (Cramer) device name
Date Installed
Leeg laten indien er (nog) geen Cramer
device is
Installatie datum
In Service
LLS-RC0100-DW201
1-7-2019
(*) De invulling hiervan wordt hieronder verder toegelicht.
Opmerking:
Het Description veld van de Shelf in PNI is gebaseerd op de fUPC en LGI naamgevingsconventie.
4.2.2.1.
SHELF INVULVELD - DESCRIPTION
De registratie in het Shelf Description invulveld hangt onder meer af van de Site/Hub (Building)
naam en de functionele toepassing van het apparaat (Transmissie of Core / Distributie / Access
Network).
Format Description veld:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
10-2
C
C
-
N
N
N
N
-
B
B
B
11 12 13
-
M M
14
-
15 16 17 18 19
R R R :
S
Groen is Transmissie (DWDM)
Waarbij:
CC:
NNNN:
BB(B):
BB(B):
MM:
RRR:
S:
Land code nl
HUB Building name (bijv.
Hub name code tabel)
Indien Transmissie >
Device typecode (bijv.
(zie fUPC/LGI Equipment type code tabel)
Indien Core / Distribution / Access Network >
Device
(zie fUPC/LGI Equipment function code tabel)
Volgnummer (bijv.
)
Indien Transmissie >
Backbone glasvezel Ring nummer/naam (bijv.
Indien Transmissie >
Master/Slave aanduiding (1=master, 2=slave).
Voorbeeld: Transmissie > Transmode 3000
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
10-2
N
L
-
H
M
0
0
-
T
M
3
10-2
11 12 13
14
15 16 17 18 19
-
-
w 0 2
14
15 16 17 18 19
0
1
:
1
Voorbeeld: Distributie Switch > Ciena DS 5160
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
N
L
-
H
M
0
0
-
S
d
34/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
11 12 13
0
1
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
4.2.2.1.1.
Transmission
Equipment type code
O4E
O81
A16
A6C
A04
AM1
AMP
DXC
ISM
OLS
LXC
SLM
T64
CPL
415
O61
O61
O65
DX3
OLH
O52
16X
6XE
N1C
N1P
N1X
N4X
4XE
PDM
FLS
A64
M64
A21
A08
A11
A14
AC4
LX6
LX4
310
340
345
35/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
EQUIPMENT TYPE CODE TABEL
Vendor’s equipment name
Supplier
ONS15454E
ONS15801
ADM 16
ADM 16 Compact
ADM1550
AM1
AM1+
DACS
ISM
OLS 400G
Phase LXC
SLM
T64 10G
CPL (Common Photonic Layer)
OM 4150
OME6110
OME6110
OME6500
Optera DX3
Optera LH
Optera Metro 5200
TN16X
TN16XE, OM 4200
TN1C
TN1P
TN1X
TN4X
TN4XE, OM 4100
UE3000
Fastlink PDH
GM6400 Amplifier
GM6400 OADM
6310 CPE -21 slots
6310 CPE -8 slots
6320 with STM1 aggregate card
6320 with STM4 aggregate card
6330
6340 FP3.0 STM16
6340 FP3.0 STM4
6310 CPE
6340 FP4.0
6345
Cisco
Cisco
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Lucent
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Ciena (Nortel)
Siemens
Sorrento
Sorrento
Tellabs
Tellabs
Tellabs
Tellabs
Tellabs
Tellabs
Tellabs
Tellabs
Tellabs
Tellabs
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
350
XD4
XD5
XD1
XD2
X40
X50
X10
X20
S16
S04
S01
S1C
CUO
NTX
NTE
BG2
BG3
BG4
A08
TM3
T12
T31
TS1
R
I
B
M
S
OR
OA
OT
OS
6350
XDM40
XDM50
XDM100
XDM200
XDM400
XDM500
XDM1000
XDM2000
SDM16
SDM4
SDM1
SDM1c
CUOD
nNTX
nNTE
BG20
BG30
BG40
Apollo 9608
TM3000
TM102
TM301
TS1100
ROADM
In line amplifier
Broadband
Multiservice Platform
SDH (electrical)
New naming for Optical Devices
Optical ROADM
Optical Amplifier
Optical Terminal
Optical SDH/ Broadband /MultiService
Tellabs
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
ECI
Transmode
Transmode
Transmode
Transmode
Generic
Generic
Generic
Generic
Generic
Generic
Generic
Generic
Generic
Let op: De lijst is apparatuur type gebonden. Raadpleeg / informeer bij nieuwe of ontbrekende
apparatuur code de NIM afdeling.
36/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
4.2.2.1.2.
Function
code
Descriptor
Routers (R)
Ra
Rb
Rc
Rd
Re
Ri
Rm
Rr
Switches (S)
Sa
Sc
Sd
Ss
Sl
Si
Se
Ec
Ed
Ea
CMTSes (C)
Cb
Cr
HFC
under constr.
EQUIPMENT FUNCTIONCODE TABEL
LGI Equipment Description
Access Router – Generic PE role
Business Aggregation / Services router – B2B PE role
Core Router – legacy – no longer used.
Distribution Router – P role
Experimental Router (for example: IPv6 trial)
Internet exchange site router – IX PE role
Management Router (for example: Out of band console server access)
Route Reflector
Access Switch
Core Switch
Distribution Switch
Spine (Clos topology)
Leaf (Clos topology)
Internet exchange site aggregation switch – legacy – rarely used
Shaping Equipment (for example: p-cube, sandvine)
Access aggregation main ring nodes (core device)
Access aggregation sub-ring nodes (distribution device)
Access aggregation device that connects to the sub-ring nodes (access
device)
Bridging CMTS (Layer 2 only).
Routing CMTS (Layer 3 enabled).
under constr.
Let op: De lijst is apparatuur soort gebonden. Raadpleeg / informeer bij nieuwe of ontbrekende
apparatuur code de NIM afdeling.
Let op: De function codes in deze lijst zijn gebaseerd op de LGI naming convention en zijn daarom
eveneens in Cramer terug te vinden in een aliasveld van het Cramer device. Zorg zoveel mogelijk
dat deze code consistent in beide applicaties toegepast wordt.
37/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
4.3 SLOTEN, KAARTEN EN POORTEN
De benaming van sloten binnen een shelf, de kaarten die daarin passen en de poorten die weer
op deze kaarten zitten, verschilt per element.
4.3.1
SLOT EN PORT (SLOTEN EN POORTEN)
De benaming van sloten en poorten is afhankelijk van de toegepaste techniek en van de fabrikant
specificaties en zijn daarom vastgelegd in de (door NIM voor geconfigureerde) PNI Templates.
Cisco hanteert bijvoorbeeld 0/1 (slot/kaart 0, poort 1) of wanneer er meerdere kaarten in een slot
kunnen (bijv. door een kaart te plaatsen die zelf ook weer sloten bevat), 0/1/2 (Slot 0, Sub Slot 1,
poort 2). Bij Cisco wordt met poort 0/1/2 zowel Rx als Tx bedoeld wordt (dus 2 vezels 1 poort).
Transmode daarentegen hanteert bijvoorbeeld 1:13:7+8 waarbij 1 aangeeft dat het om een master
shelf gaat (2 staat voor slave), slot 13 en poort 7+8. Bij Transmode is het dan ook nog zo dat vaak
het oneven getal (7) de Tx is en het even getal (8) de Rx is. De termen Rx en Tx worden ook wel
rechtstreeks als slotnaam aangegeven.
4.3.2 CARD (APPARATUUR KAART)
De benaming van kaarten is afhankelijk van de toegepaste techniek (de kaartfunctie) en in
bepaalde gevallen van de bestemming(en). Deze kaartinformatie is daarom door een gebruiker in
te vullen.
De verplichte velden in PNI zijn:
 Specification: de specificatie van de card
 Description:
o de Cardnaam (kaartinformatie)
o


of >>>>
indien (nog) geen Card functie code
Transmissie kaart
Construction status: de objectstatus
Date Installed: de installatie datum
38/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
(bijv. Cisco_SFP_GLC-BX-D)
(functie code + volgnr. of bestemming)
(bijv. RR 0071000X voor HFC ontvanger)
(bijv. TX/RX 5611CA-51 SFP richting
klant)
(Slotnaam + Kaartspecificatie naam)
(bijv. S2 NTK525CFE5 4x 10G OCI)
(bijv. In Service)
(bijv. 11-07-2019)
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
T.a.v. het Card
Card functie code tabel: (NB tabel wordt nog nader aangevuld)
Function
Function Code
Broadcast Narrowcast Transmitter HFC
BNT
Retour Receiver HFC
RR
Transmitter Data (Simplex)
TX
Receiver Data (Simplex)
RX
Transmitter/Receiver Data (Full Duplex)
TX/RX
Multiplexer (HFC)
MUX
Achter de Functiecode een spatie en volgnummer (3 karakters) beginnend met 001.
of >>>>
de
optische aansturing van externe (OSP) Node- of glasklantverbindingen.
Opmerking:
Het Description veld van de Card is gebaseerd op de fUPC naamgevingsconventie.
4.4 RME VOORBEELDEN
Hieronder een paar voorbeelden van de benamingen van Shelfs, sloten, kaarten en poorten.
4.4.1 RME VOORBEELD TRANSMISSIE 1:
Transmode 3000 shelf in de Building HM00, als master in ring W36 met volgnummer 01. En een
MDU40-50G/Even/L kaart in slot 15 tot 17:



Shelf naam:
o nl-HM00-TM3-01-W36:1
Slot name:
o S15-17
Card naam:
o S15-17 MDU40-50G/Even/L
4.4.2 RME VOORBEELD TRANSMISSIE 2:
Ciena OME6500 shelf in de Building HM00, binnen ring Y02 met volgnummer 03 en twee maal
een NTK525CFE5 4x 10G OCI kaart (één in slot 2 plus één in slot 10):
 Shelf naam:
o nl-HM00-O65-03-Y02
 Slot naam:
o S2
o S10
 Card namen:
o S2 NTK525CFE5 4x 10G OCI
o S10 NTK525CFE5 4x 10G OCI
39/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
4.5 KLANTAANSLUITINGEN GLAS
Voor klantaansluitingen geldt dat de verbinding van apparatuur naar apparatuur geregistreerd
wordt. Glas klantlocaties worden in PNI geregistreerd als een gebouwobject (Building) met daarin
RME apparatuur.
4.5.1
GEBOUWOBJECT (KLANTLOCATIE)
Bij het aanmaken van het gebouwobject (Building) dienen de volgende velden ingevuld te worden
in de Properties tab bij dit object:
:
 Name: Postcode(6)-Huisnummer-Huisletter-Huisnummer Toevoeging-Ruimtenummer
 Type
In het Structure tabblad van het gebouwobject vul je de volgende velden:
 Number of Floors: het totaal aantal etages.
 Underground Floors: aantal etages ondergronds (indien niet bekend dan 0).
 Floor Dimensions Lenght en Width: deze mogen niet groter zijn dan het gebouwobject zelf.
 Number of Floor Length en Witdh: deze mogen niet groter zijn dan die van de etage.
 Default Room Type: Commercial
 Default Service Type: Unknown
 Default Riser Lenght: 3,5 meter
 Default Riser Ownership: Cable
Tenslotte dient het gebouwobject altijd de vorm te krijgen welke het desbetreffende gebouw in de
topografische achtergrond (BGT) heeft. Bij panden met zowel een coax- als een glasaansluiting
dient dit in twee separate Access Points geregistreerd te worden. De contouren van de
vlakgeometrie van de glasvezelklant (Building) dient hierbij aangepast te worden om de coax
infra heen.
4.5.2 RME APPARATUUR (KLANTLOCATIE)
De apparatuur moet worden geplaatst op de juiste etage, op de juiste positie in een kast.
Vul de volgende velden in bij de kast (Bay):



Specification: de specificatie van de kast (bijvoorbeeld Rittal_TE 7000.510 42HE 60x80).
Description: Klantkast
Number: het werkelijke klantkastnummer
Vul voor de benaming van apparatuur/shelfs de volgende velden in;
Voor de toe te passen glaslade (Shelf) bij glasklanten:




Specification: de specificatie van de Shelf
(bijv. 3C_1HE_Fibre Lade B2B)
Construction status: de objectstatus
Date Installed: de installatie datum
(bijv. In Service)
(bijv. 11-07-2019)
40/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Voor het plaatsen van een klantswitch glas (shelf) vul je de volgende velden in:
 Specification: de specificatie van de shelf
(bijv. Cisco_ME3400EG-2CS-A)
 Description: (Klant)Postcode(6)-huisnr-Huisletter-Huisnr Toev.-Ruimtenr.-FunctiecodeXXX
(bijv. 5611CA-51-Sa001)
of >>>>
indien in TechDB
CPE Device Hostname (bijv. hm066171)

Construction status: de objectstatus
(bijv. In Service)
 ENID Name: Cramer
Device name
(bijv. EHV-5611CA-51-AS001)
 Date Installed: de installatie datum
(bijv. 11-07-2019)
Opmerking:
Het Description veld is gebaseerd op de fUPC naamgevingsconventie.
De apparatuur dient in de juiste bay en op de juiste hoogte eenheid (HE) geplaatst te worden.
Voor het plaatsen van een SFP-LASER/Receiver (Card) in de klantswitch vul je de volgende velden
in:
 Specification: de specificatie van de card
(bijv. Cisco_SFP_GLC-BX-D)
 Description: de Cardnaam (kaartinformatie)
(bijv.
5611CA-51 voor de SFP)
 Construction status: de objectstatus
(bijv. In Service)
 Date Installed: de installatie datum
(bijv. 11-07-2019)
De verbindingen van glasaansluitingen worden geregistreerd van poort tot poort. Voor PRM
benaming zie hoofdstuk over PRM routes.
Ook dienen er Jumper kabels aan de poortverbindingen tussen de apparatuur poorten onderling
(in het cable connectivity menu) toegevoegd te worden. In te vullen velden bij de jumperkabels:
 Specification: kies hier een willekeurige kabelspecificatie
 Length: vul hier de juiste kabellengte in
41/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5. PRM ROUTES
Over de glasvezelkabels in het VodafoneZiggo netwerk worden optische signalen verzonden van
(bijvoorbeeld) een hub naar een klantlocatie. Om inzichtelijk te maken welke vezels gebruikt (gaan)
worden voor het transport van deze signalen, dient er in PNI een PRM route te worden
geregistreerd.
5.1 UITGANGSPUNTEN REGISTRATIE PRM ROUTES
Voor de registratie van PRM routes gelden een aantal uitgangspunten.
5.1.1
DEFINITIE PRM ROUTE
Een PRM route is een punt tot punt verbinding waarover een optisch signaal loopt. Synoniem
voor een PRM route is een fysieke link. De PRM route wordt van apparatuur poort naar
apparatuur poort geregistreerd. De apparatuur kan hierbij zowel actief als passief zijn.
5.1.1.1.
AFBAKENING PRM ROUTE
Voor de registratie van een PRM route geldt dat alleen het fysieke pad wordt geregistreerd. De
registratie van de diensten over dit fysieke pad vindt plaats in de logische registratiesystemen.
Afbeelding 15: Te registreren PRM routes tussen apparatuur poorten tussen twee hublocaties
In de afbeelding hierboven is te zien dat er 7 PRM routes moeten worden geregistreerd om de
getekende verbindingen tussen twee hublocaties vast te leggen.
Eén PRM route omvat hierbij normaliter een één vezeltraject en is derhalve aan beide zijden
gerelateerd aan één apparatuur poort.
Een uitzondering hierop zijn duplex verbindingen (bij apparatuur met een aparte (TX) zend- en (RX)
beide
zijden met 2 apparatuur poorten.
Markeer
de PRM Route altijd aan beide eindzijden (A-End en Z-End).
Afbeelding 16: PRM route gerelateerd tot aan apparatuur (begin) poort (incl. A-End markering)
42/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.1.2
VEZELS TOEKENNEN AAN PRM ROUTES
Voor het toekennen van glasvezels aan een PRM route dient er onderscheidt gemaakt te worden
in 1 vezel simplex, full-duplex en multiplex verbindingen en 2 vezel duplex verbindingen.
Afbeelding 17: CEN glasklant CPE via PCWDM naar ACCESS Switch
5.1.2.1.
PRM ROUTE 1 VEZEL VERBINDING
Voor simplex, full-duplex en multiplex verbindingen wordt één vezel gebruikt waardoor er slechts
één vezelroute toegekend wordt aan één PRM route. De PRM route/vezel relatie is derhalve 1 op 1
en begint en eindigt altijd op een actieve of passieve apparatuur poort.
Een voorbeeld van actieve apparatuur kan zijn een LASER of een optische receiver.
Een voorbeeld van passieve apparatuur kan zijn een optische verdeler of een MUX.
In de afbeelding hieronder is een situatie geschetst waarbij een Optical Node afgemonteerd is op
verschillende kaarten in een hublocatie en is er sprake van meerdere logische verbindingen. De
vezel verbindingen hebben elk hun eigen PRM route.
PRM 1
PRM 1
Receiver
PRM 2
Transmitter
PRM 3
ODF
PRM 1
Handhole
PRM 2
PRM 2
Tx
Rx
Optical
Node
Optische
verdeler
Afbeelding 18: Drie simplex PRM routes op basis van 1 PRM op 1 vezel relatie (meerdere logische verbindingen)
5.1.3.2 PRM ROUTE 2 VEZELS DUPLEX VERBINDING
Alleen voor duplex verbindingen worden twee vezels (een vezelpaar) gebruikt waarbij beide vezels
toegekend worden aan één PRM route. Voorwaarde hiervoor is dat beide vezels dezelfde
bestemming en oorsprong (dezelfde apparatuur kaart) hebben en tevens onderdeel zijn van
dezelfde logische verbinding.
In de afbeelding hieronder is een situatie geschetst waarbij een glasklantmodem via een vezelpaar
afgemonteerd is op één apparatuur kaart in een hublocatie en is er sprake van één logische
verbinding. De beide vezels mogen in dat geval aan dezelfde PRM route worden gekoppeld.
Switch
Rx
Tx
PRM 1
PRM 1
PRM 1
ODF
PRM 1
PRM 1
Handhole
PRM 1
Tx
Rx
CPE
modem
Afbeelding 19: Eén duplex PRM route op basis van 1 PRM op 2 vezel relatie (éénzelfde logische verbinding)
43/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.2 PRM ROUTE INVULVELDEN
Bij het aanmaken van een fysieke link (PRM route) dienen een aantal velden te worden gevuld.
De verplichte properties velden in PNI zijn:
(GIS) PRM Route
Verplichte velden:
Name (*)
Veldwaarde:
Provincie afkortingcode (spatie)
(zie provinciecode tabel)
- streepje)
Building > Name
Terminal Enclosure > Alias
Building > Name
Terminal Enclosure > Alias
Line ID (*)
Status (*)
Notes (*)
xxx (uniek volgnummer (3 karakters)
Logische registratie linknaam (Cramer link)
PNI_LINK dien er geen Cramer link is
Afhankelijk actuele status
Indien link niet in Cramer;
Code afhankelijk PRM route toepassing (/)
Apparatuur-beginpoort <>
Apparatuur-eindpoort (/)
Additionele informatie (,)
Indien link wel in Cramer;
Additionele informatie (,)
Type
Count
Bearer Medium
Disposal Type
Disposed To
Activation Date
Cessation Date
A-End
Z-End
44/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Physical Section
Aantal vezels (afhankelijk verbinding)
1
-duplex/Multiplex)
2
Fiber
Leeg laten bij eigen fUPC verbindingen
Swap
Lease
Purchase
Swap
met 3rd party verruild
Leeg laten bij eigen fUPC verbindingen
fZ -Orca Netwerkpad naam
fV -Registratie ID
3rd party kabel beheerder (-)
3rd party Circuit-ID (op te vragen)
PRM issue activatie datum
(eventuele) PRM issue de-activatie datum
Beginpoortgegevens
Eindpoortgegevens
Voorbeeld:
(Binnen een Hub)
Nh AD00-AD00/001
(Hub naar Hub)
Nh AD00-AD01/001
(Hub naar wijkcentrum)
Nh AD00-AD00.0000010/001
(Hub naar B2B klant)
Fr LW02-8934BM-4/001
LW-8934BM-4-LW-LC0102-LINK1
PNI_LINK (bijv. bij Node aansturing)
Active
(link niet in Cramer)
ACCS/ETH/CE/
AL00sc01 Gi5/5 <>
ams064064-Gi 0-4/
1318BT-141, Noorderbreedte B.V.,
WDMID912940, PTSID186963
(link wel in Cramer)
Noorderbreedte B.V.
Physical Section
1
Fiber
Leeg laten
Leeg laten
fZ-GN-RC0002-LW-LC0102-LINK1
fV-LINK123456
Kabelnoord-CID123456
1-7-2019
31-12-2019
Automatisch na
Automatisch na
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
References (*)
Projectnaam in projectvolgsysteem
B2B.WZU.BOSCH EN DUIN.
fZiggo.722817.Nederlands-Duitse
Internet Exchange B.V..NIEUW
(*) De invulling hiervan wordt hieronder verder toegelicht.
5.2.1
PRM ROUTE INVULVELD - NAME
De PRM route name hangt af van de provincie en de locatie waar de PRM route begint en eindigt
waarna deze door een volgnummer uniek wordt gemaakt.
De provinciecode tabel:
Provincie
Friesland
Flevoland
Gelderland
Noord-Holland
Zuid-Holland
Brabant
Overijssel
Utrecht
Groningen
Zeeland
Limburg
Drenthe
Code
Fr
Fld
Gld
Nh
Zh
Br
Ov
Ut
Gr
Ze
Li
Dr
Landelijk of Provincie overstijgend
NL
De
Building of een Terminal Enclosure.
binnen éénzelfde gebouw of kast alsook geografisch op
verschillende plaatsen zijn. Binnen één locatie (InSidePlant) spreken we over een interne PRM route
en tussen twee locaties (OutSidePlant) van een externe PRM route.
Bij een Building
ldwaarde gebruikt en bij een Terminal Enclosure de
(voedende) Building
Terminal Enclosure
of TE en worden in betreffende hoofdstukken beschreven.
Een 3-cijferig
vervolgens uniek.
Opmerking:
Het PRM route name veld is gebaseerd op het “fysieke” traject welke het optische signaal aflegt tussen
actieve of passieve apparatuur poorten. Dit is overeenkomstig zoals gesteld in de definitie en zoals
omschreven in het hoofdstuk over de “fysieke” afbakening van een PRM route.
Opmerking:
Het PRM route name veld is gebaseerd op de fUPC naamgevingsconventie.
45/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.2.2 PRM ROUTE INVULVELD - LINE ID
In dit veld dient exact (d.m.v. copy / paste) de aan de PRM route gerelateerde Cramer Link Name
te worden opgenomen.
Indien het betreffende registratiedomein (nog) niet in Cramer geregistreerd wordt, dient de tekst
PNI_LINK ingevuld te worden in het PRM route Line-ID veld.
Op het moment van schrijven worden bijvoorbeeld de optische linken t.b.v. (Downstream /
Upstream) aansturing van een Optical Node (nog) niet in Cramer geregistreerd.
Opmerking:
Het PRM route Line-ID veld is gebaseerd op de Cramer (fZiggo) naamgevingsconventie.
5.2.3
PRM ROUTE INVULVELD - STATUS
De PRM route status kent de volgende waarden:
 In Construction: (automatisch) bij aanmaak PRM route in de engineeringsfase (*)
 Planned: bij een volledig aangemaakte geplande PRM route. De status Planned direct
doorzetten naar de status reserved om de vezel te reserveren. (*)
 Reserved: De glasvezel wordt daadwerkelijk gereserveerd in de engineerings- en
uitvoeringsfase (*)
 Active: bij het daadwerkelijk in gebruik zijn van de glasvezel
 Ceased: niet gebruiken (de vervallen PRM route in zijn geheel verwijderen)
(*) Voor bestaande glasvezels zie het subhoofdstuk Vezelreserveringen.
N.B. De status van de PRM route wordt ontleend aan de status-gebruikersinstelling van het PRMissue.
46/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.2.4 PRM ROUTE INVULVELD - NOTES
In dit veld dient een code, circuit- en additionele informatie te worden opgenomen welke
afgestemd is op verschillende systemen en het gehanteerde technische jargon van gebruikers
vanuit verschillende afdelingen, zodat die begrijpen waar de PRM route voor is.
 Het
bestaat uit de volgende 3 onderdelen die gescheiden door een slash (/) aan
elkaar vast worden geschreven:



Het glasvezel netvlak:
o ACCS: het Access netvlak, dit betreft signalen naar de glasvezelklanten en HFC nodes
o
o OPTR: het Optisch Transport netvlak, dit betreft signalen van hub naar hub maar ook
transportsignalen naar xWDM verdeelfilters
De signaaltransport code:
o CWDM: Course-WDM
o DWDM: Dense-WDM
o DS: Downstream HFc
o ETH: Ethernet / Data link
o LL: Leased Line
o PCWDM: Polarized-CWDM
o PDWDM: Polarized-DWDM
o PON: Passive Optical Network
o PDH: PDH
o SDH: SDH
o US: Upstream HFc
o
- n.v.t. / niet bekend
De signaalinhoud code:
o ATV: Analoge RTV
o CE: Carrier Ethernet
o CPL: Ciena Common Photonic Layer (DWDM transport platform)
o DAT: Data
o DOC: EuroDocsis
o DTV: Digitale RTV
o D&V: EuroDocsis & VOD (oud)
o HF: Hoog Frequent (RF / HFc)
o ICON: Inter Connect Partner (Leased Line)
o MAN: Management
o MPLS: Multiprotocol Layer Switching
o NEON: National Ethernet Overlay Network
o TRNM: Transmode / Infinera
o VID: Video
o VOIC: Voice
o VOD: Video On Demand (oud)
o
- n.v.t. / niet bekend
47/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
 Het
poort (zie opmerkingen).
bestaat uit de versturende
apparatuur-
gegevens
weerszijden een spatie.
Opmerking:
In het notes veld worden de ontvangende en versturende apparatuur en poort namen vermeld van het
gehele “logische” traject wat het optische signaal aflegt. Dit gaat verder dan de “fysieke” afbakening van de
desbetreffende PRM route.
Bijvoorbeeld een dataverbinding met een beginpoort op een Switch in Amsterdam naar een eindpoort op een
Switch in Haarlem, ondanks dat deze gebruik maakt van tussenliggende DWDM apparatuur. In dat geval zitten
er 3 PRM routes in de verbinding met elk een unieke PRM naam terwijl de 2 PRM routes aan beide zijden van
de DWDM éénzelfde Notes veld inhoud heeft (op basis van de logische verbinding welke het signaal aflegt).
Opmerking:
Het PRM route notes veld is gebaseerd op de fUPC naamgevingsconventie.
 Het
bestaat uit aanvullende tekst over de aard van de vezel of
verbinding (gescheiden met een , komma en spatie).
o De klant-gebouwnaam (Building name) bij een B2B klantaansluiting
o De klant-bedrijfsnaam bij een B2B klantaansluiting
o Bij een redundante verbinding aangeven of het een Primaire route (Main), Secundaire
route (Backup) betreft, maar ook of het bijvoorbeeld om een reserve vezel gaat
o Indien van toepassing zij
en PTSID opnemen
Afbeelding 20
uit andere applicaties
Opmerking:
Indien de link niet in Cramer staat wordt het PRM route notes veld gevuld met alle bovenstaande “logische”
informatie inclusief het “code deel”, het “circuitinformatie deel” en het “additionele informatie deel”.
Als de link wel in Cramer staat is de logische informatie te vinden in Cramer en wordt de registratie beperkt
tot alleen het “additionele informatie deel” van het PRM route notes veld.
48/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Afbeelding 21: Indien link in Cramer (en het PNI PRM-route Line-id veld) staat alleen het
van Notes invullen
Voorbeelden Notes veld:
Cramer
> Noorderbreedte B.V.
Niet Cramer
> ACCS/ETH/CE/AL00sc01 Gi5-5 <> ams064064-Gi 0-4/ 1318BT-141,
Noorderbreedte B.V., WDMID912940, PTSID186963
Niet Cramer
> ACCS/HF/-/LW02 <> LW02.0004502/reserve vezel
5.2.5 PRM ROUTE INVULVELD - REFERENCES
Kenmerkende
er-referentie eigenschappen ter verdere identificatie van de verbinding
(gescheiden met een streepje).
o De projectnaam uit projectvolgsystemen zoals Changepoint
o Hier mag de naamgeving van de PRM route engineer geplaatst worden
5.3 VEZELRESERVERINGEN EN OPVOER / OPHEF PRM ROUTE
PRM routes worden alleen aangemaakt indien er sprake is van een order en het project derhalve
doorgang vind. Derhalve worden geen PRM routes opgevoerd op basis van
haalbaarheidsonderzoeken.
Glasvezels dienen voor het bestaande vezelroute gedeelte bij opdracht d.m.v. een PRM route
gereserveerd (*) te worden. Voor de reservering van deze reeds in beheer zijnde vezels dient
gebruik gemaakt te worden van een apart verkort statemodel. Zie hiervoor de hoofdstukken over
de PRM status en het vezelreservering statemodel.
Voor het geplande vezelroute gedeelte wordt daarna de PRM route in het statemodel behorende
bij het project compleet gemaakt en gereviseerd (**).
(*) Vul bij de reservering de beoogde route activatie datum in het PRMveld.
(**) Actualiseer bij de revisie verwerking de route activatie datum in het PRM-
Glasvezel opheffingen dienen bij opdracht d.m.v. een PRM route
aangekondigd (***) te worden. Voor deze aankondiging dient eveneens gebruik gemaakt te
worden van het vezelreservering statemodel. Bij de revisie verwerking van een glasvezel opheffing
wordt de PRM route pas in zijn geheel verwijderd.
(***) Vul bij de aankondiging van de opheffing de vastgestelde route de-activatie (opheffing /
verval) datum in het PRM-
49/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.4 VOORBEELD PRM ROUTE B2B GLASKLANT VIA PCWDM
Distribution switch: AD-00-nl-ams02a-ed1
Name: Nh AD00-AD00/123
LineID: ASD-TR0021-ASD-TR0021-LINK76
(Cramerlink)
of: PNI_LINK (indien link niet in Cramer)
Notes: ACCS/ETH/CE/AD00-nl-ams02a-ed1-Gi
0-1 <> ams123456 Gi 0-4 / 1014BG-16,
Advocatenbureau Kennedy Van der Laan
(indien link niet in Cramer)
(indien link wel in Cramer alleen klantnaam)
PCWDM Rack: 001
PCWDM module: S1
Name: Nh AD00-AD00-0000323X/004
LineID: ASD-TR0021- ASD-WC0024-LINK3
(Cramerlink)
of: PNI_LINK (indien link niet in Cramer)
Notes: ACCS/PCWDM/-/AD00-PCWDM001-S1COM <> AD00-0000323X-PCWDM-S1-COM
(indien link niet in Cramer)
(indien link wel in Cramer leeg laten)
Wijkcentrum: AD00-0000323X
PCWDM-kast: AD00-0000323X-PCWDM
PCWDM Rack: 001
PCWDM module: S1
Name: Nh AD00-0000323X-1014BG-16/001
LineID: ASD-1014BG-16-ASD-WC0024-LINK1
(Cramerlink)
of: PNI_LINK (indien link niet in Cramer)
Notes: ACCS/ETH/CE/AD00-nl-ams02a-ed1-Gi
0-1 <> ams123456 Gi 0-4 / 1014BG-16,
Advocatenbureau Kennedy Van der Laan
(indien link niet in Cramer)
(indien link wel in Cramer alleen klantnaam)
Klant: 1014BG-16
Klantswitch: ams123456
50/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.5 BIJZONDERE PRM ROUTE SITUATIES
Er zijn een aantal bijzondere situaties t.a.v. PRM routes en glasvezels.
5.5.1
CROSS FOOTPRINT PRM ROUTES
Alhoewel VodafoneZiggo al geruime tijd gefuseerd is en er eigenlijk geen verschillende netwerk
footprints meer bestaan, dient het netwerk nog wel in het bij de desbetreffende footprint
behorende fysieke netwerkregistratiesysteem vastgelegd te worden.
Onderstaand het registratie principe van een optische link in de verschillende applicaties.
Afbeelding 22: Principe Cross-footprint registratie
plaats. (d.m.v. een
Cramer link)
PRM route registratie als onderdeel van het voormalige fUPC footprint gedeelte
andere fysieke netwerkregistratie applicaties geregistreerd. Voor het voormalige fZiggo footprint
gedeelte is dit bijvoorbeeld het netwerkpad in Orca.
ilt echter per situatie
enorm.
Dit is onderdeel van Cross Footprint registratie. Dit hoofdstuk wordt nog nader uitgewerkt.
5.5.2 3RD PARTY PRM ROUTES OVER EIGEN VEZELS (DARK FIBRES / LEASED LINES)
Glasvezels (dark fibres) van VodafoneZiggo worden in bepaalde situaties verhuurd of verkocht
aan - of verruild met andere telecombedrijven.
Bij deze Leased Lines dient de 3rd Party bedrijfsnaam tezamen met het 3rd Party CID circuit
Het CID nummer dient hiervoor opgevraagd te worden bij de 3rd Party kabel beheerder.
51/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
5.5.3 EIGEN PRM ROUTES OVER 3RD PARTY VEZELS
PRM routes van VodafoneZiggo worden in bepaalde situaties over glasvezelkabels van derden
getransporteerd. De VodafoneZiggo PRM route naam dient hiervoor doorgegeven te worden aan
de 3rd Party kabel beheerder.
Het onderliggende 3rd Party netwerkgedeelte verschilt hierbij in registratie. Veelal wordt dit
gedeelte m.b.v. een aerial route (luchtlijn) geregistreerd.
Dit is onderdeel van 3rd party registratie. Dit hoofdstuk wordt nog nader uitgewerkt.
52/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
6. PROJECTVOORSCHRIFTEN
Om ervoor te zorgen dat er zo effectief en uniform mogelijk in PNI wordt gewerkt zijn er een
aantal voorschriften m.b.t. het aanmaken en posten van projecten opgesteld. Deze hebben
betrekking op de benaming, het toe te passen State Model en het aanmaken en posten van
projecten. Deze regels worden per werkproces beschreven.
6.1 WERKPROCESSEN
De voorschriften hebben betrekking op de verschillende werkprocessen welke o.b.v. de
VodafoneZiggo bedrijfsprocessen zijn gedefinieerd. Deze worden in de bijbehorende werkinstructie
(Projectregistratie in PNI) genoemd en toegelicht.
6.2 REGELS M.B.T. VELDEN
De in dit hoofdstuk beschreven regels hebben betrekking op het naam-, titel- en typeveld van een
project in PNI (zie afbeelding). Men is vrij in het kiezen van de naam van de onder het project
vallende design(s).
Afbeelding 23: Het New Project and Design menu
6.3 DATA CORRECTIES
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Data Correction Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
DC
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: DC-20180717-bsteegstra-01
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Naam project (indien beschikbaar Changepointnaam gebruiken)
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710006529_CleaningX
 Aanmaken en posten: dagelijks
53/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
6.4 GLASVEZELRESERVERINGEN
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Data Correction Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
GVR
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: GVR-20180717-bsteegstra-01
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Naam Changepoint project of het Taifunnummer
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710004017_Transport Backbone Fiber Optic
 Aanmaken en posten: project direct aanmaken na verkrijgen orderstatus
o Vul de beoogde route activatie datum in het PRMo Vul bij een eventuele opheffing de vastgestelde route de-activatie (opheffing / verval)
datum in het PRM6.5 B2B COAX, MTC EN NA-AANSLUITINGEN T.B.V. SOHO
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Short Cycle Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: Build-20180712-bsteegstra-01
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Alle in het project behandelde Connect aanvraagnummers (meerdere
aanvraagnummers scheiden m.b.v. een streepje). Bij de aanvraagnummers die met de

worden. De overige aanvraagnummers dienen volledig te worden genoteerd.
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
Aanmaken en posten:
o Dagelijks posten zowel projectie, revisie als gereedmeldingen
o Gereedmeldingen dienen binnen 1 dag na oplevering te worden geregistreerd
6.6 AOP VERPLAATSINGEN
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Short Cycle Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
54/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP


o
(bij projectie of revisie)
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: Build-20180724-bsteegstra-01
Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Alle in het project behandelde Connect aanvraagnummers (meerdere scheiden m.b.v.
een streepje)
cijfercombinatie achter
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
Aanmaken en posten:
o Dagelijks posten
o In de ontwerpfase alleen geplande geulen en drafting text en drafting lines posten
6.7 FIELD OPS KLEINE MUTATIES
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Short Cycle Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: FO-20180724-bsteegstra-01
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Naam project JIRA- of USMS ticketnaam
o Voorbeeld: Connect-Z-VIB-KBS12345
 Aanmaken en posten: dagelijks
6.8 FIELD OPS GROTE MUTATIES
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Data Correction Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: FO-20180724-bsteegstra-01
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
55/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP

o Naam project JIRA- of USMS ticketnaam
o Voorbeeld: Connect-Z-VIB-KBS12345
Aanmaken en posten: het project mag pas worden gepost als daarin ook de revisie zit
6.9 B2B GLAS EN TOM(I)
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model:
o Full Work Order: voor alle activiteiten (projectie, revisie etc.) m.u.v. gereedmeldingen
o Short Cycle Work Order: voor het gereedmelden van eventuele coax aansluitingen
 Naam project:
o Full Work Order:
 Changepointnaam
 Voorbeeld: B2B.WZ.TOM(I).S-GRAVENHAGE.fZiggo.736334.Terwestenpad
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:

 Datum (jaar-maand-dag)
 Gebruikersnaam
 Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
 Voorbeeld: TG-20190104-bsteegstra-01
 Titel project:
o Full Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:

Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 De klantnaam
 Het klantadres en de postcode
 Voorbeeld: Allinq-Yungo-Mediamarkt-De Centrale 12, 8924CZ
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:

 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 De Changepointnaam
 Aanmaken en posten:
o Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
o Het ontwerp dient naar de top gepost te worden
o Gereedmeldingen dienen binnen 1 dag na oplevering te worden geregistreerd
6.10 CATV T.B.V. MLE
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model:
o Full Work Order: voor het ontwerpen van de hoofdinfra en de huisaansluitingen
o Short Cycle Work Order: voor gereedmelding en revisering van de huisaansluitingen
 Naam project:
o Full Work Order:
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
 Voorbeeld: B2B. WZ.WASSENAAR.fZiggo.741565.Sijthoffstaete B.V..NIEUW
56/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:

en)
revisie)
 Datum (jaar-maand-dag)
 Gebruikersnaam
 Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
 Voorbeeld: Build-20180724-bsteegstra-01
Titel project:
o Full Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (indien intern opgepakt,
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
 Voorbeeld: Connect-Z-CyentB2B.WZ.WASSENAAR.fZiggo.741565.Sijthoffstaete B.V..NIEUW
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Alle in het project behandelde Connect aanvraagnummers (meerdere
scheiden m.b.v. een streepje). Bij nummers die me
noteren. De rest volledig noteren.
 Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
Aanmaken en posten:
o Full Work Order:
 Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
 Het ontwerp dient naar de top gepost te worden
o Short Cycle Work Order:
 Dagelijks posten zowel revisie als gereedmelden
 Gereedmeldingen dienen binnen 1 dag na oplevering te worden geregistreerd
o


6.11 BEDRIJFSVERZAMELGEBOUWEN EN BEDRIJVENTERREINEN
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model:
o Data Correction Work Order: voor het reserveren van een glasvezelroute
o Full Work Order: voor het ontwerpen van de hoofdinfra en de huisaansluitingen
o Short Cycle Work Order: voor gereedmelding en revisering van de huisaansluitingen
 Naam project:
o Data Correction Work Order:
 Zie paragraaf 6.4
o Full Work Order:
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
 Voorbeeld: B2B.COAX.FU.ZW.RT.SF.317760.BVZG.Maasboulevard
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:

revisie)
 Datum (jaar-maand-dag)
 Gebruikersnaam
57/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP




Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
Voorbeeld: TG-20180725-bsteegstra-01
Titel project:
o Data Correction Work Order:
 Zie paragraaf 6.4
o Full Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
 Voorbeeld: Connect-Z-CyentB2B.COAX.FU.ZW.RT.SF.317760.BVZG.Maasboulevard
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Alle in het project behandelde Connect aanvraagnummers (meerdere
scheiden m.b.v. een streepje)
 Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
Aanmaken en posten:
o Data Correction Work Order:
 Zie paragraaf 6.4
o Full Work Order:
 Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
 Het ontwerp dient naar de top gepost te worden
o Short Cycle Work Order:
 Dagelijks posten zowel revisie als gereedmelden
 Gereedmeldingen dienen binnen 1 dag na oplevering te worden geregistreerd
6.12 RECONSTRUCTIES
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Full Work Order
 Naam project: Changepointnaam
o Voorbeeld: 710006529_NBR.West-Noord.ASD.Rec.CAN Elzenhage
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o De Changepointnaam
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710006529_NBR.West-Noord.ASD.Rec.CAN Elzenhage
 Aanmaken en posten:
o Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
o Het ontwerp mag niet naar de top worden gepost
6.13 SLOOP
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
58/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP




State Model: Short Cycle Work Order
Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: Build-20180725-bsteegstra-01
Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Connect aanvraagnummers
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
Aanmaken en posten:
o Dagelijks posten (revisie na check op mogelijk nog actieve dienst)
o In de ontwerpfase alleen drafting text en drafting lines posten
6.14 KASTVERPLAATSINGEN
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Short Cycle Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: Build-20180726-bsteegstra-01
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Connect aanvraagnummers
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
 Aanmaken en posten:
o Dagelijks posten
o Het project mag in PNI worden aangemaakt zodra de opdracht is geaccepteerd
o In de ontwerpfase alleen lege geplande geulen / kasten en drafting text en drafting
lines posten
6.15 NIEUWBOUW: VARIANT 1 (GELIJKTIJDIGE AANLEG HOOFDINFRA EN AANSLUITINGEN)
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model:
o Full Work Order: voor het ontwerpen van de hoofdinfra en de huisaansluitingen
o Short Cycle Work Order: voor gereedmelden van de huisaansluitingen
 Naam project:
o Full Work Order:
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
59/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP


 Voorbeeld: 201602415 NI.Z.Noord.HGL.HFD.Plan t Rot fase 1B
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:

TG
 Datum (jaar-maand-dag)
 Gebruikersnaam
 Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
 Voorbeeld: TG-20180726-bsteegstra-01
Titel project:
o Full Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
 Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-201602415 NI.Z.Noord.HGL.HFD.Plan t Rot fase
1B
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Alle in het project behandelde Connect aanvraagnummers (meerdere
scheiden m.b.v. een streepje)
 Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
Aanmaken en posten:
o Full Work Order:
 Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
 Het ontwerp dient naar de top gepost te worden
o Short Cycle Work Order:
 Dagelijks posten
 Gereedmeldingen dienen binnen 1 dag na oplevering te worden geregistreerd
6.16 NIEUWBOUW: VARIANT 2 (VOORAANLEG)
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model:
o Full Work Order: voor het ontwerpen en reviseren van de hoofdinfra en het
ontwerpen van de huisaansluitingen
o Short Cycle Work Order: voor gereedmelding en revisering van de huisaansluitingen
 Naam project:
o Full Work Order:
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
 Voorbeeld: 201602415 NI.Z.Noord.HGL.HFD.Plan t Rot fase 1B
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:

revisie)
 Datum (jaar-maand-dag)
 Gebruikersnaam
 Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
60/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP



Voorbeeld: TG-20180726-bsteegstra-01
Titel project:
o Full Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (indien
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Changepointnaam of Connect aanvraagnummer
 Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-201602415 NI.Z.Noord.HGL.HFD.Plan t Rot fase
1B
o Short Cycle Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Alle in het project behandelde Connect aanvraagnummers (meerdere
scheiden m.b.v. een streepje)
 Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
Aanmaken en posten:
o Full Work Order:
 Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
 Het ontwerp dient naar de top gepost te worden
o Short Cycle Work Order:
 Dagelijks posten van zowel reviseringen als gereedmeldingen
 Gereedmeldingen dienen binnen 1 dag na oplevering te worden geregistreerd
6.17 NIEUWBOUW: VARIANT 3 (NA-AANLEG)
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Short Cycle Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
(bij projectie)
eedmelden)
revisie)
o Datum (jaar-maand-dag)
o Gebruikersnaam
o Volgnummer (2 cijfers; optioneel)
o Voorbeeld: Build-20180726-bsteegstra-01
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o Hoofdaannemer (indien intern
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o Connect aanvraagnummers
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-523521-520122-H09523514-M02438915-529071
 Aanmaken en posten:
o Dagelijks posten van zowel projectie, revisie als gereedmeldingen
o Het project mag in PNI worden aangemaakt zodra de opdracht is geaccepteerd
6.18 LIFECYCLE, CAPACITEITSUITBREIDINGEN EN INNOVATIE (GLAS)
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model:
61/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Full Work Order: voor het ontwerpen en reviseren van de werkzaamheden uit het
Changepoint werkpakket
o Data Correction Work Order: voor het reserveren van een glasvezel
Naam project:
o Full Work Order:
 Naam Changepoint werkpakket
 Voorbeeld: 710006708 WN 005 GN-CR102-ASN-CR101 XE-0-1-2 10G TRA
o Data Correction Work Order:
 Zie paragraaf 6.4
Titel project:
o Full Work Order: achtereenvolgens gescheiden door een streepje:
 Hoofdaannemer (
Z
 Onderaannemer (niet van toepassing als de opdracht intern is opgepakt)
 Naam van het Changepoint werkpakket
 Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710006708 WN 005 GN-CR102-ASN-CR101 XE0-1-2 10G TRA
o Data Correction Work Order:
 Zie paragraaf 6.4
Aanmaken en posten:
o Full Work Order:
 Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
 Het ontwerp mag niet naar de top worden gepost
o Data Correction Work Order:
 Zie paragraaf 6.4
o



6.19 LIFECYCLE CAPACITEITSUITBREIDINGEN EN INNOVATIE (COAX OMBOUW)
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Full Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
o Changepoint projectnaam
o NE Name van de node in de wijkkast
o Voorbeeld: OB-710006708 WN 005 GN-CR102-ASN-CR101 XE-0-1-2 10G TRALW02.0000106
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o De naam van het Changepoint werkpakket
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710006708 WN 005 GN-CR102-ASN-CR101 XE-0-1-2
10G TRA
 Aanmaken en posten:
o Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
o Revisie dient maximaal 2 weken na de oplevering in het veld te worden opgeleverd
o Het ontwerp mag niet naar de top worden gepost
62/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
6.20 LIFECYCLE, CAPACITEITSUITBREIDINGEN EN INNOVATIE (COAX NODESPLITSINGEN)
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model: Small Projects Work Order
 Naam project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
o Changepoint projectnaam
o NE Name van de te splitsen node
o Voorbeeld: OB-710005851 HFC Ondergronds Node Split GV-LC0001-LW02.0000106
 Titel project: de volgende onderdelen achter elkaar gescheiden door een streepje:
o
Z
o Onderaannemer (als de opdracht intern is opgepakt, is deze niet van toepassing)
o De Changepoint projectnaam
o De NE Name van de te splitsen node
o Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710005851 HFC Ondergronds Node Split GV-LC0001LW02.0000106Aanmaken en posten:
 Aanmaken en posten:
o Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
o Het ontwerp mag niet naar de top worden gepost
o De revisie dient maximaal 24 uur na de oplevering in het veld geregistreerd te worden
o Bij een wijksplitsing met een node op een nieuwe locatie dient de revisie 2 weken na
oplevering gereviseerd te worden
6.21 INBREIDINGSPLANNEN
Met betrekking tot dit werkproces gelden de onderstaande regels:
 State Model:
o Reconstructie deel: full work order
o Nieuwbouw deel: full work order (zoals beschreven bij nieuwbouw: variant 1 of 2)
o Sloop deel: Short Cycle Work Order (of anders bepaald door engineer)
o Kastverplaatsingen Short Cycle Work Order (of anders bepaald door engineer)
 Naam project: zie de regels bij de bijbehorende werkprocessen
 Titel project: zie de regels bij de bijbehorende werkprocessen
 Aanmaken en posten:
o De projecten in PNI moeten afgestemd worden op de fasering en dimensionering
(afbakening) van het Changepoint project
o Per fase dienen de handelingen op chronologische volgorde in PNI te worden
uitgevoerd. Het project voor de nieuwbouw mag pas gepost worden wanneer de
reconstructie is afgerond (en gepost in PNI).
o Er dient per fase een werkgebied afbakening in PNI plaats te vinden aan de hand van
o
63/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Aanmaken project in principe maximaal 4 maanden voor start uitvoering
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
6.22 REGELS M.B.T. DEELPROJECTEN
Als men tot de conclusie komt dat er in een bestaand PNI project niet de totale scope gereviseerd
kan worden, dan kan men dit bestaande project afronden en de rest van de scope in andere
projecten doorvoeren. Het initiële PNI project is dan een deelproject geworden. De
vervolgprojecten waarvoor dezelfde regels gelden als bij het initiële project zijn dan tevens
deelprojecten.
Voor het vervolgproject wordt de eerder aangemaakte projectnaam gebruikt gevolgd door een
scheidingsteken (-) en een volgnummer bestaande uit 3 numerieke karakters (b.v. 002). In de
voorbeelden hieronder zijn het tweede en derde voorbeeld deelprojecten van het eerste voorbeeld
welke het initiele (deel)project is.
Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710006708 WN 005 GN-CR102-ASN-CR101 XE-0-1-2 10G TRA
Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710006708 WN 005 GN-CR102-ASN-CR101 XE-0-1-2 10G TRA-002
Voorbeeld: Connect-Z-Cyent-710006708 WN 005 GN-CR102-ASN-CR101 XE-0-1-2 10G TRA-003
6.23 ALGEMENE REGELS M.B.T. PROJECTEN
Indien er onverhoopt geen of onherstelbaar foutieve wijzigingen zijn opgevoerd moet het
aangemaakte project direct na constatering hiervan door de gebruiker opgeruimd worden.
6.24 CONSTRUCTIE STATUSSEN
De objecten die in de PNI projecten aangemaakt/gemuteerd worden kunnen verschillende
statussen hebben. Hieronder staat beschreven welke statussen er toegepast dienen te worden en
wanneer deze dienen te worden toegepast:









Planned: wanneer het object er nog niet is maar gepland wordt om aan te leggen
In Construction: tweeledige betekenis:
o Het object is gepland en is in het veld in uitvoering (deze status wordt alleen in het
gebruikersproject aangepast en niet in de beheeromgeving)
o Een reeds bestaand object wordt in het veld gewijzigd (deze status wordt in de
beheeromgeving aangepast)
In Service: het object is aangelegd in het veld en gereviseerd
Planned for future Construction: dient toegepast te worden bij objecten die nog niet
S
ect
Abandoned: objecten die niet meer gebruikt zullen worden in het veld en dus inactief zijn (niet
te verwarren met de aan- en afsluitadministratie van klanten)
Reserved: deze status krijgt een PRM route bij een glasvezel die gereserveerd is
Active: deze status krijgt een PRM route bij een glasvezel die in gebruik is
Proposed: deze status krijgt een coax kabel en/of NID twee weken voor oplevering (MTC)
Installed in Place: deze status krijgt een coax kabel en/of NID bij gereedmelding
64/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
6.25 PROJECTKADER
De geografische contouren van de gewijzigde of nieuwe PNI objecten in een project dienen te
worden omlijnd in PNI. Uitzondering hierop zijn de (kleinschalige) wijzigingen binnen een Short
Cycle Workorder (dagalternatief).
Een projectkader kan in PNI aangemaakt en afgebakend worden met een Ziggo Area object.
De verplichte properties velden in PNI zijn:
(GIS) Ziggo Area (place mode)
Verplichte velden:
Veldwaarde:
Description
Overeenkomstig exacte PNI projectnaam
Type
Boundary
Owner
Start Date
End Date
Project Area
Trail alleen om contouren werkgebied
Ziggo
Startdatum uitvoering
Werk gereed datum
Voorbeeld:
201602415
NI.Z.Noord.HGL.HFD.Plan t Rot
fase 1B
Project Area
Ziggo
14/09/2018
12/11/2018
Het Ziggo Area object zelf moet in een Short Cycle Workorder (dagalternatief) aangemaakt en
gepost worden teneinde de projectafbakening direct voor andere gebruikers zichtbaar te maken.
Opmerking:
De geografische contour van de boundary moet gevormd worden exact om de gewijzigde of nieuwe PNI
objecten. De address objecten van eventueel gemoeide huisaansluitingen dienen tevens binnen deze
geometrie te vallen. Eventuele aanhaalroutes dienen alleen kort om het trace (zonder aanpalende
huisaansluitingen) meegenomen te worden.
65/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
7. TEMPLATES & SPECIFICATIONS
Templates en specificaties zijn in beheer bij NIM, en zullen ook daar gerealiseerd worden als het
gaat om toevoeging en/of aanpassing daarvan. Wel is het zo dat bij een aanvraag voor
toevoeging/aanpassing, de benodigde informatie ook daadwerkelijk geleverd dient te worden. De
aanvraag voor het modelleren van nieuwe apparatuur dient gedaan te worden via de ExpertDesk.
Templates kunnen tevens via ExpertDesk worden aangevraagd.
Bij aanvragen in Expertdesk graag het volgende opnemen:
 Het type aan te maken object in PNI (card, slot, shelf etc.)
 Het merk (b.v. Cisco, Transmode etc.)
 Het type (b.v. het kaarttype WS-X45-Sup7-E)
 De afmetingen (lengte, breedte en hoogte)
7.1 SPECIFICATIES (SPECIFICATIONS)
Inde specificaties van een item zijn er een tweetal velden die aan een Naming Convention moeten
(fabrikant) aanwezig. Het
toevoegen van een fabrikant zal eerst moeten gebeuren (wanneer niet aanwezig) voordat er een
specificatie aangemaakt mag worden.
7.1.1
NAAMGEVING SPECIFICATIES (SPECIFICATIONS)
De benaming van een specificatie ziet er als volgt uit:

o
Cisco_Catalyst 2924M XL
Shelf.
o
-M-SC-B(=) voor een Cisco kaart.

gebruik je alleen
Full>
o
Catalyst 2924M XL
Shelf.
o
-M-SC-
66/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
7.1.2
SJABLONEN (TEMPLATES).
De naam/benaming van een template bestaat uit drie gedeeltes binnen deze naam met
als scheidingsteken:
 Fabrikant.
 (T)Soort.

Fabrikant
Dit is de naam van de fabrikant (bijvoorbeeld Cisco of Transmode).
(T)Soort
om de
specificatie zelf gaat of de template. Voor (T)Soort zijn de volgende mogelijkheden:
 TCard (template van een kaart).
 TShelf (template van een shelf).
 TSlot (template van een slot).
 TBay (template van een (19inch) kast).
 TFloor (template voor een vloer).
 TUub (template voor een ondergrondse las).
 TTe (template voor een straat kast).
 TBuild (template voor een gebouw (waaronder HUBs ook vallen).
 TCond (template voor een leidingen en buizen).
Voor type zal het duidelijk zijn. Hier staat het type van het item. De vrije tekst is er voor om
betreft).
Het geheel
Kijkend naar de apparatuur aangegeven hierboven, zullen de benamingen van de templates als
volgt zijn:
 Cisco Catalyst 2924M XL shelf:
o Specificatie naam
o
Cisco_TShelf_Catalyst 2924M XL
 Cisco 4OC12X/POS-M-SC-B(=) kaart:
o Specificatie naam:
4OC12X/POS-M-SC-B(=)
o
d_4OC12X/POS-M-SC-B(=)
67/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Per PNI database object configuratie is minimaal benodigde informatie nodig om een element te
kunnen modelleren.
De aanvraag voor modellering kan via de applicatie Expertdesk en wordt normaalgesproken door
de Engineering (Development) gedaan.
8. BENODIGD VOOR PNI MODELLERING
In de aanvraag in Expertdesk dienen de fabrikant specificaties en conceptmatige inzetbaarheid
(inclusief eventuele signaalwaarden) bijgevoegd te zijn.
Onderstaand (als voorbeeld) de minimaal benodigde informatie (specificaties) van een aantal
elementen met betrekking tot modellering binnen PNI.
8.1
ONDERGRONDSE LASSEN
8.1.1
HANDHOLES
 Type: Handhole, (Utility Closet (OPGW kast in de mast), Splice Closure (KM-2)).
 Label (E.g. H123456(M/K)).
 Specification (E.g. Zweva HH-Z6P).
 GCO info:
o Name (E.g. H123456(M/K) / H123456(M/K)-1(2)).
o Specification (E.g. GCO2 BC6-NN).
o Splice Type (E.g. breaking).
o Method (E.g. Fusion).
8.2
MANTELBUIZEN EN LEIDINGEN
8.2.1
MANTELBUIZEN (PROTECTION PIPES)
 Name: Diameter in MM + Materiaal + lengte in meters (E.g. 160HPE4.4)
 Specification (E.g. HPE 160 PP).
 Usage (E.g. Any).
68/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
In PNI is het mogelijk om binnen een aangemaakte projec
staat beschreven, welke mode wanneer te gebruiken voor welk element
in gegeven situaties. Algemeen geldt dat
structure netwerk in Placed Mode geplaatst moet
worden en de rest in Entered Mode (gezien de complexiteit van het totale netwerk er in de
toekomst uitzonderingen kunnen zijn).
9. PLACE MODE
Place mode zou je kunnen omschrijven als het plaatsen van een element op de kaart of in een
interne wereld. Een geul (Underground route) is bijvoorbeeld een element welke je in place mode
plaatst.
9.1
ELEMENTEN IN PLACE MODE
9.1.1
De volgende items behoren als Place Mode in PNI gezet te worden buiten een gebouw:





Access point.
Building.
Point Of Interest.
Terminal Enclosure.
Underground Route.
-
Aerial Route.
Permit Area.
Service Node.
Tower.
Underground Utility Box.
9.1.2
(BUILDING)
De volgende items behoren als Place Mode in PNI gezet te worden binnen de internal world van
een gebouw:







Access Point.
Bay.
Card.
Floor.
Knock Out.
Power Terminal.
Slot.
69/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
-
Capacitor.
Distribution Frame.
Internal Route.
Multi-port.
Room.
Shelf.
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
10.
ENTER MODE
Enter mode zou je kunnen omschrijven als het plaatsen van een element binnen een ander
element welke in Place mode opgevoerd is. Een glasvezel kabel is bijvoorbeeld als Enter Mode
geplaatst in een HDPE buis (conduit).
10.1 ELEMENTEN IN ENTER MODE
10.1.1






Conduit
- COAX Cable
COAX Elements (Amplifier, Tap, NID, Coaxial Power supply, Coaxial Power Inserter, etc.)
Fiber Figure Eight.
- Optical Node.
Optical Splice Closure.
- Sheath (LOC).
Sheath Splice.
- Sheath Terminal.
Power Supply Point.
- Coaxial Splice.
10.1.2




Fiber Figure Eight.
Optical Splice Closure.
Sheath Splice.
Copper Cable (UTP)
70/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
- Sheath (LOC).
- Sheath Terminal
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Liggingsgegevens dienen zo nauwkeurig mogelijk in overeenstemming met de werkelijke situatie
en verhoudingen te worden aangegeven d.m.v. maatvoering.
11.
ALGEMENE REGELS T.A.V. MAATVOERING
De volgende regels behoren gehanteerd te worden met betrekking tot het plaatsen van
maatvoering(en):
 Maatvoering wordt geregistreerd als [GIS] Dimensioning
 Harde topografische objecten (*):
o Alle maatvoeringen dienen vanuit reeds bestaande harde topografische objecten te
worden genomen
o De volgordelijkheid/ hiërarchie van topografische objecten dient in acht te worden
genomen
o Maatvoering nooit ontlenen aan onroerend goed welke op de nominatie staat
gesloopt te worden
(*) zie separaat subhoofdstuk Topografische objecten
 Netwerk maatvoering (*):
o Alleen uitpandige geulen en netwerk objecten dienen van maatvoering te worden
voorzien
o Geulen en netwerk
topografische objecten bematen
o Analoog ingemeten geulen en netwerkobjecten worden voorzien van handmatig
uitgezette maten
o Digitaal ingemeten geulen en netwerkobjecten worden voorzien van gegenereerde
maten
(*) zie separate subhoofdstukken
 Maatvoering methode:
o De maatvoering wordt in PNI geregistreerd met kettingmaten
Afbeelding 24: Maatvoering methodes (PNI kettingmaten)

Oriëntatie van maatvoering:
o Maatvoering moet haaks, in het verlengde of evenwijdig (orthogonaal) ten opzichte
van de topografische objecten en elementen geplaatst worden
o Verlengmaatvoering moet haaks of in het verlengde (orthogonaal) op de voorgaande
maat geplaatst worden
71/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Afbeelding 25: haakse maatvoering
Daar waar mogelijk nieuwe maatvoering combineren met bestaande maatvoering
Maatvoering nooit direct over geulen heen plaatsen maar een offset (met hulplijnen)
gebruiken
o Maatvoering bij voorkeur niet direct over een gevel heen plaatsen maar een offset
(met hulplijnen) gebruiken
o Maatvoeringen nooit over elkaar heen plaatsen
Notatie maatvoeringtekst:
o Maatvoering dient in meters uitgedrukt te worden met één decimaal (achter de punt)
o De maatvoeringtekst wordt in principe naast het midden van de maatvoeringlijn
gesitueerd met de leesoriëntatie
.
De maatvoeringtekst mag voor de leesbaarheid iets verplaatst worden indien de
relatie met de bijbehorende maatvoeringlijn visueel herkenbaar blijft.
o
o

Afbeelding 26: plaatsing van maatvoeringtekst




Geen maten kleiner dan 30 cm opvoeren. Stelregel bij deze is dat maten t/m 15 cm vervallen
en vanaf 15 cm t/m 29 cm naar 30 cm worden afgerond
Vervallen maatvoeringen dienen tijdens de revisieverwerking opgeschoond (aangepast of
verwijderd) te worden (inclusief het verwijderen van UPC Dimensioning
Maatvoering moet logisch en overzichtelijk geplaatst zijn
72/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
11.1 TOPOGRAFISCHE OBJECTEN
Het analoog inmeten en het definitief reviseren van maatvoering wordt gedaan op basis van
definitieve harde
BGT topografie en bij afwezigheid hiervan vanuit ingemeten BAG
topografie. Bij uitzondering mag tijdelijk gebruik worden gemaakt van plantopografie, in dat geval
dient de revisie bij beschikbaar komen van harde topografie opgeschoond te worden.
11.1.1 BGT
Het analoog inmeten en het definitief reviseren van maatvoering wordt gedaan vanuit definitieve
harde BGT topografie objecten en elementen met onderstaande volgordelijkheid;
- hoofdgebouw
[Bgt] pand
- gebouwonderdoorgang
[Bgt] onbegroeid terreindeel
- bijgebouw
[Bgt] pand
- brughoofd
[Bgt] overbruggingsdeel
- abri
[Bgt] wegdeel
- hart rioolput
[Bgt] put
- hectometerpaal
[Bgt] paal
- snijpunt van twee (hart) wegen op een kruising
- hart weg
[Bgt] wegdeel
(bij voorkeur hoek gevel)
(bij voorkeur hoek gevel)
(bij voorkeur hoek gevel)
(hoek)
(hoek)
(niet de (trottoir) kolken)
(niet kant weg)
Hart weg
.
Afbeelding 27: maatvoering vanuit BGT topografie (hart weg)
Groenstroken, plantsoenen, bankjes e.d. worden niet gezien als een hard topografie object.
De BGT topografie objecten dienen voor het definitief reviseren de (levenscyclus) bgt_status
veldwaarde
Afbeelding 28: maatvoering vanuit een voorgevel vast BGT topografie object (hoofdgebouw)
73/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
11.1.2 BAG
BAG topografie is in de basis minder geschikt voor maatvaste liggingsgegevens van netwerken.
De BAG topografie is op bovenaanzicht gebaseerd en BGT topografie op gevels (maaiveld
hoogte). Daarnaast kan een BAG pand in
nog niet ingemeten
een minder
nauwkeurige voorlopige pandgeometrie bevatten.
Hierdoor kunnen ernstige afwijkingen in de ligging gegevens van het netwerk ontstaan indien de
BAG pandgeometrie nog niet definitief ingemeten is en hierop gereviseerd zou worden.
Het analoog inmeten en reviseren van het netwerk dient daarnaast altijd op maaiveldhoogte
gebaseerd te zijn. Over het algemeen zal om die redenen (met inachtneming van de topografie
volgorderlijkheid) het bematen van het netwerk alsnog BGT gebaseerd zijn.
Afbeelding 29: maten ontlenen vanuit BGT topografie ; de (rode) BAG topografie presenteert de 1e verdieping.
Alleen bij het ontbreken van BGT topografie mag het analoog inmeten en definitief reviseren
van maatvoering worden gedaan vanuit definitieve harde BAG topografie objecten met
onderstaande volgordelijkheid;
- hoofdgebouw
- bijgebouw
[Bag] bag_pand
[Bag] bag_pand
(bij voorkeur hoek gevel)
(bij voorkeur hoek gevel)
De BAG topografie objecten dienen voor het definitief reviseren de (levenscyclus) status
74/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
11.1.3 PLANTOPOGRAFIE
Plantopografie is niet geschikt voor definitief vastleggen (reviseren) van netwerk liggingsgegevens
omdat het minder nauwkeurige pandgeometrie(ën) bevat. Hierdoor kunnen ernstige afwijkingen in
de ligging gegevens van het netwerk ontstaan indien hierop definitief gereviseerd zou worden.
Harde topografie als bedoeld in bovenstaande paragrafen komt echter pas beschikbaar als
panden definitief ingemeten zijn (max. 6 maanden na gereedkomen pandobject).
Reviseren op basis van plantopografie is daarom alleen bij uitzondering en alleen tijdelijk
toegestaan (*);
 bij ontbreken van harde topografie
 in nieuwbouwgebieden
(*) Mits de gebruiker bij het beschikbaar komen van de (definitief ingemeten) harde
topografie, de liggingsgegevens en maatvoering opschoont op basis van deze beschikbaar
gekomen harde topografie.
Hiervoor geldt de onderstaande volgordelijkheid op basis van beschikbaarheid plantopografie;
-
-
BGT-plantopo (*)(**)
BAG-plantopo (**) met status sub-volgordelijkheid;
 Pand in gebruik (niet ingemeten)
 Bouw gestart
 Niet gerealiseerd pand
 Bouwvergunning verleend
Digitale matenplannen (***)
handmatige schets opvoer (****)
Voor de BGT-plantopo en de BAG-plantopo geldt daarnaast de object volgordelijkheid zoals
omschreven in de bovenstaande paragrafen.
(*) Op het moment van schrijven is de BGT-plantopo in de meeste gevallen nog afwezig en zal de
BAG-plantopo op dat moment de best beschikbaarste ondergrond zijn.
(**) De geometrie van geplande BGT- en BAG panden en objecten dient door de gebruiker
overgenomen te worden naar Drafting Lines. Dit vanwege de qua absolute ligging bewegende
geplande (nog niet ingemeten) BGT en BAG panden (afhankelijk van de levenscyclus status).
(***) De geometrie van digitale matenplan panden en objecten dient vanuit de Configure SOMs
inleesmethode door de gebruiker overgenomen te worden naar Drafting Lines.
(****) De pandgeometrie vanuit bouw- en
overgenomen
m.b.v. Drafting Lines.
te worden en als zodanig ingetekend te worden
Drafting Lines dienen bij het opschonen van de liggingsgegevens weer te worden verwijderd.
75/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
In alle plantopografie varianten geldt dat de nauwkeurigheid van de pand- en object geometrieën
(voor het tijdelijk reviseren) een afwijking van maximaal 1 meter mogen hebben. De pand
contouren mogen derhalve niet
fictief
ingetekend zijn.
11.2 TE BEMATEN NETWERK OBJECTEN
Minimaal de volgende (uitpandige) netwerk objecten (maar niet beperkt tot) dienen te worden
voorzien van maatvoering;
- technische gebouw
- technische kast
- handhole / mof
- mantelbuis
- boring / zinker (*)
[GIS] Building
[GIS] Terminal Enclosure
[GIS] Underground Utility Box
[GIS] Conduit
[GIS] Conduit
- glasvezelbuiskoppeling
- buiseinde / buisdop
- kabel las / mof
- kabeleinde / kabelrol
- WiFi hotspot AP (buiten kast)
[GIS] Point Of Interest
[GIS] Point Of Interest
[GIS] Point Of Interest
[GIS] Point Of Interest
[GIS] Pole
(indien niet op BGT/BAG
(hart achterzijde kast)
(buis uiteinden (POI))
(in-/ uittredepunt en
evt. zijwaartse afwijking)
(*) incl. dwarsprofiel
11.3 BEMATEN VAN GEULEN
De (uitpandige) geulen dienen logisch en overzichtelijk te worden voorzien van maatvoering.
Minimaal de volgende geulinformatie (maar niet beperkt tot) dient te worden voorzien van
maatvoering;
- Hoofdgeul
- Gevelinvoering
- geul aftakking
- Zijwaartse geulafwijking
[GIS] Underground route
[GIS] Underground route
[GIS] Underground route
[GIS] Underground route
Afbeelding 30: Hoofdgeul regelmatig bematen.
76/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
(regelmatig bematen)
(bochten e.d.)
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Indien de geul (Underground route) een afwijkende diepte heeft (geen 60-70cm dek) dient de
Afbeelding 31: Geul veldwaarde Core Mat
11.4 MAATVOERING ANALOOG INGEMETEN NETWERK
Wanneer er analoog is ingemeten dienen de geulen en objecten te worden voorzien van
maatvoering vanaf de definitieve topografie. De opvoering / het uitzetten van de maatvoering (*)
dient representatief te zijn voor de analoge inmeting (hetzelfde interpreteerbaar). De geulen en
objecten zelf worden geplaatst op basis van de analoog ingemeten en handmatig uitgezette
maatvoering. Er kunnen/ mogen bij analoge inmeting geen maten gegenereerd worden.
(*) Maatvoering (dimensioning) wordt standaard maatvast opgevoerd.
maatvoeringtekst aangeduid wordt tussen [x] haakjes. Veelal gaat het om situaties waarbij het
verloop van de hoofdgeul onlogisch en/of hoogst onwaarschijnlijk zou zijn.
Afbeelding 32:
11.5 MAATVOERING DIGITAAL INGEMETEN NETWERK
Bij digitale inmeting wordt gebruikt gemaakt van apparatuur (Tachymetrisch / GPS / dGPS /RTK).
De meetafwijking mag bij digitale inmeting niet meer bedragen dan 0,1 meter.
Wanneer er digitaal is ingemeten dienen de geulen en objecten te worden voorzien van
maatvoering vanaf de definitieve topografie. De geulen en objecten zelf dienen hierbij maatvast
en exact op coördinaten (m.b.v. Configure SOMs) te zijn verwerkt in PNI.
De geul (Underground Route) veldwaarde Restrictions wordt in dit geval voorzien van de tekst
(digitally measure).
Afbeelding 33:
Omdat zowel de definitieve topografie als de digitale inmeting van het netwerk maatvast (op
coördinaten) is dient de maatvoering gegeneerd (*) te worden d.m.v. de dimensioning toolbar.
(*) Gegenereerde maatvoering (dimensioning) wordt altijd maatvast opgevoerd.
77/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
DIN 47100
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
-
78/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
wit
bruin
groen
geel
grijs
roze
blauw
rood
zwart
paars
grijs/roze
rood/blauw
wit/groen
bruin/groen
wit/geel
geel/bruin
wit/grijs
grijs/bruin
wit/roze
roze/bruin
wit/blauw
bruin/blauw
wit/rood
bruin/rood
wit/zwart
bruin/zwart
grijs/groen
geel/grijs
roze/groen
geel/roze
groen/blauw
geel/blauw
Wt
Bn
Gn
Gl
Gs
Rs
Bl
Rd
Zw
Ps
GsRs
RdBl
WtGn
BnGn
WtGl
GlBn
WtGs
GsBn
WtRs
RsBn
WtBl
BnBl
WtRd
BnRd
WtZw
BnZw
GsGn
GlGs
RsGn
GlRs
GnBl
GlBl
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
-
groen/rood
geel/rood
groen/zwart
geel/zwart
grijs/blauw
roze/blauw
grijs/rood
roze/rood
grijs/zwart
roze/zwart
blauw/zwart
rood/zwart
wit/bruin/zwart
geel/groen/zwart
grijs/roze/zwart
blauw/rood/zwart
wit/groen/zwart
groen/bruin/zwart
wit/geel/zwart
geel/bruin/zwart
wit/grijs/zwart
grijs/bruin/zwart
wit/roze/zwart
roze/bruin/zwart
wit/blauw/zwart
bruin/blauw/zwart
wit/rood/zwart
bruin/rood/zwart
zwart/wit
GrRd
GlRd
GnZw
GlZw
GsBl
RsBl
GsRd
RsRd
GsZw
RsZw
BlZw
RdZw
WtBrZw
GlGnZw
GsRsZw
BlRdZw
WtBnZw
GrBnZw
WtGlZw
GlBnZw
WtGsZw
GsBnZw
WtRsZw
RsBnZw
WtBlZw
BnBlZw
WtRdZw
BnRdZw
ZwWt
00
-
Geen kleur
00
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
IEC60304/DIN VDE 0888
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
RED
GREEN
BLUE
YELLOW
WHITE
GREY
BROWN
VIOLET
AQUA
BLACK
ORANGE
PINK
RED/BLACK TRACER
GREEN/BLACK TRACER
BLUE/BLACK TRACER
YELLOW/BLACK TRACER
WHITE/BLACK TRACER
GREY/BLACK TRACER
BROWN/BLACK TRACER
VIOLET/BLACK TRACER
AQUA/BLACK TRACER
TRANSPARENT/BLACK TRACER
ORANGE/BLACK TRACER
PINK/BLACK TRACER
79/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
De fUPC Hub name code tabel:
Plaatsnaam
Plaatsnaam code
Hub krijgt volgnummer
achter Superhub 00
Alkmaar
Almere
Amsterdam
Apeldoorn
Arnhem
Dokkum
Ede
Ermelo
Harderwijk
Heerenveen
Helmond
Herbaijum
Hoofddorp
Leeuwarden
Lelystad
Lemmer
Meteren
Nijmegen
Raalte
Rotterdam
's-Gravenhage
Sittard
Sneek
Utrecht
Zevenaar
Zutphen
Zwolle
Alkmaar
Almere
Amsterdam
Apeldoorn
Arnhem
Dokkum
Ede
Ermelo
Harderwijk
(2 karakters)
AK
AL
AD
AP
AH
DK
ED
ER
HD
HV
HM
HB
HF
LW
LS
LM
MT
NM
RA
RT
DH
ST
SN
UT
ZV
ZP
ZL
AK
AL
AD
AP
AH
DK
ED
ER
HD
(2 karakters)
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
80/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Heerenveen
Helmond
Herbaijum
Hoofddorp
Leeuwarden
Lelystad
Lemmer
Meteren
Nijmegen
Raalte
Rotterdam
's-Gravenhage
81/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
HV
HM
HB
HF
LW
LS
LM
MT
NM
RA
RT
DH
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Uitgifte glasvezelbuisnummers: [email protected]
Uitgifte benaming boringen/zinkers: [email protected]
Uitgifte flataanzichtnummers: [email protected] (niet meer voor nieuwe flats)
Uitgifte glasvezelkabelnummers: [email protected]

De aanvrager dient bij het aanvragen van een kabelnaam/nr duidelijk aan te geven op welk
zodat de benaming voor nieuwe kabel daar op een logisch vervolg is.
Uitgifte wijkcentrumnamen (via aanvraagformulier): [email protected]
Uitgifte nummer bovengrondse laskasten: [email protected]
Aanvraag topografie opschoning [email protected]
Uitgifte adressen: [email protected]
Klic: [email protected]
82/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de traditionele opbouw van het HFC-netwerk:
B
a
c
k
b
o
n
e
=
Main hub (RC)
Hub (LC)
E Node
n Group amp
d
End amp
A Multitap
Fibre
m
p 83/87Coax
C3 VodafoneZiggo
l Confidential
A
c
c
e
s
s
L
o
w
m
a
i
n
d
i
s
t
r
i
b
u
t
i
o
n
n
e
t
w
o
r
k
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
AP
BAG
BGT
Boring
Building
CEN
CID
Circuit
Codering
Conduit
Connect
Cramer
CWDM
Dark Fiber
Duplex
DWDM
FTTC
Full Duplex
Fysieke registratie
GVVID
Handhole
(HB)CN buis
HDPE-buis
HFC
Hub
Inventory Management
Systeem
Jumper kabel
Leased Line
Logische registratie
Multiplex
MUX
Naming Convention
ODF
Optical Node
PCWDM
PDWDM
PNI
POI
PRM Route
Protection Pipe (PP)
PTSID
84/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Access Point (in-/doorvoerpunt)
Basisregistratie Adressen en Gebouwen
Basisregistratie Grootschalige Topografie
Civieltechnisch gestuurde boring
Technisch gebouw of klantlocatie
Carrier Ethernet Network
Circuit-ID van derde Telecom partij t.b.v. Leased Line
Logische verbinding over één of meerdere fysieke glasvezel linken
Toegepaste label benaming
Buis
Huisaansluitingen aanvraag applicatie
Netwerkregistratie applicatie voor het logische domein
Course- Wavelength Division Multiplexing (20NM)
Glasvezel t.b.v. vezelverhuur-doeleinden
Tweerichting glasvezel verbinding over twee vezels
Dense- Wavelength Division Multiplexing (2NM)
Fiber To The Curb (glasvezel naar straatkast)
Tweerichting glasvezel verbinding over één vezel (bi-directioneel)
Netwerkregistratie van de fysieke netwerkcomponenten en kabels
Ondergrondse glasvezelbak
fUPC term voor een glasvezelbuis van Hub naar Customer Node
High Density Polyethylene (glasvezel)buis
Hybride Fiber Coax
Lokaal Verdeel Centrum (technische locatie)
Netwerkregistratie systeem
Glasvezel patchsnoer
Glasvezel die verhuurd wordt aan derde Telecom partij
Netwerkregistratie in het logisch domein
Meerdere glasvezel verbindingen over één vezel
Multiplex verdeler
Netwerkregistratie naamgevingsconventie
Optical Distribution Frame glasvezelkabel afwerking (patch)paneel
Optisch/Elektrisch omzetter in wijkcentrum
Polarized-CWDM
Polarized-DWDM
Netwerkregistratie applicatie voor het fysieke domein (GIS)
Point Of Interest
-link
Beschermbuis (oversteken)
-ID
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
Redundant
Sheath (LOC)
Simplex
Splice Closure
Subduct
Super Hub
TE
TechDB
Underground Utility Box
WC
WDMID
Wijknet
Zinker
85/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Dubbel-gerouteerde glasvezelverbinding (Main en Backup)
Glasvezelkabel
Eenrichting glasvezel verbinding over één vezel
Glasvezelmof
Glasvezelbuisje in een HDPE buis
Regionaal Centrum (technische locatie)
Terminal Enclosure (versterkerkast)
fUPC B2B logische netwerkregistratie applicatie (legacy)
Handhole
Wijkcentrum
Voorgebogen buis in kanaalbodem
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
B
H
BAG ................................................................................. 76
Handholes.............................................................. 10, 70
BGT ................................................................................. 75
Bovengronds Glas Kasten .......................................31
K
C
Kaarten .................................................................. 40, 42
Kabels..............................................................................12
Constructie statussen .............................................. 66
Kleur codes .................................................................. 80
D
L
Data Correcties .......................................................... 55
Las Kasten .....................................................................31
deelprojecten.............................................................. 66
Laslocaties.................................................................... 10
DIN 47100 .................................................................... 80
Leidingen ..................................................................... 70
E
M
Enter & Place Mode ................................................... 71
Maatvoering ................................................................ 73
Enter mode .................................................................. 72
Maatvoeringen ........................................................... 73
Equipment Rack ......................................................... 33
Mantelbuizen .............................................................. 70
F
P
Front of Rear ............................................................... 32
Plantopografie ............................................................ 77
Poorten .................................................................. 40, 42
G
Geul.................................................................................. 12
PRM route .....................................................................44
Projectkader ................................................................ 67
Projectvoorschriften ..................................................55
Glasvezelreserveringen ............................................56
R
Rack Mounted Equipment ...................................... 32
RME ................................................................................. 32
86/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
^
PNI registratievoorschrift Algemeen + Glasvezel + ISP
S
Terminal Enclosures ................................................. 30
Shelfs .............................................................................. 35
V
Sjablonen ..................................................................... 69
Sloten ............................................................................ 40
Specificaties................................................................ 68
Specifications ............................................................. 68
Straatkasten ............................................................... 30
T
Templates ............................................................. 68, 69
87/87
C3 VodafoneZiggo Confidential
Vloerplan ....................................................................... 32
Z
Ziggo Area .................................................................. 67
^
Download
Random flashcards
bvbzbx

2 Cards oauth2_google_e1804830-50f6-410f-8885-745c7a100970

66+6+6+

2 Cards basiek49

Pomiary elektr

2 Cards m.duchnowski

Create flashcards